BWBR0044038
Geldig vanaf 2020-09-02
Artikel 2
Beleidsregel tegemoetkoming kust- en binnenvisserij COVID-19
1. De minister verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming aan een gedupeerde onderneming die in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020:
a. indien de onderneming valt binnen de categorie visser die gerechtigd is te vissen op grond van artikel 7a, tweede lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, ten minste € 1.000 aan omzetverlies heeft geleden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19;
b. indien de onderneming actief is in de kleinschalige visserij in de kustwateren, visserijzone en het zeegebied als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdelen b en c, van de Visserijwet 1963, ten minste € 1.500 aan omzetverlies heeft geleden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.
2. De tegemoetkoming bedraagt:
a. € 1.000 per onderneming die valt binnen de categorie visser die gerechtigd is te vissen op grond van artikel 7a, tweede lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;
b. € 1.500 per onderneming die actief is in de kleinschalige visserij in de kustwateren, visserijzone en het zeegebied als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdelen b en c, van de Visserijwet 1963.
a. indien de onderneming valt binnen de categorie visser die gerechtigd is te vissen op grond van artikel 7a, tweede lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, ten minste € 1.000 aan omzetverlies heeft geleden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19;
b. indien de onderneming actief is in de kleinschalige visserij in de kustwateren, visserijzone en het zeegebied als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdelen b en c, van de Visserijwet 1963, ten minste € 1.500 aan omzetverlies heeft geleden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.
2. De tegemoetkoming bedraagt:
a. € 1.000 per onderneming die valt binnen de categorie visser die gerechtigd is te vissen op grond van artikel 7a, tweede lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;
b. € 1.500 per onderneming die actief is in de kleinschalige visserij in de kustwateren, visserijzone en het zeegebied als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdelen b en c, van de Visserijwet 1963.