BWBR0044030
Geldig vanaf 2021-12-07
Artikel 3
Beleidsregel DAMU-licentie VO 2020
1. De minister kan op verzoek van het bevoegd gezag van een school een DAMU-licentie verstrekken voor een periode van vier schooljaren.
2. Het aantal scholen met een DAMU-licentie bedraagt niet meer dan twaalf. De minister kan in uitzonderlijke gevallen van dit aantal afwijken indien leerlingendaling of schoolsplitsing hier aanleiding toe geeft.
3. Indien door toekenning van de ingediende aanvragen het aantal DAMU-scholen het maximum van 12 zou overschrijden, is de rangschikking voor toekenning als volgt:
a. aanvragen voor verlenging van eerdere licenties hebben voorrang boven aanvragen voor een nieuwe licentie;
b. aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld, met dien verstande, dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling door de minister is ontvangen, als datum van binnenkomst geldt;
c. bij gelijktijdige binnenkomst van de aanvragen komt de school met het hoogste aantal DAMU-leerlingen als eerste in aanmerking voor een DAMU-licentie.
4. Een aanvraag van het bevoegd gezag van een school wordt in behandeling genomen indien is voldaan aan de vereisten in artikel 4en 5.
5. Scholen waar op het moment van de aanvraag of op het moment van besluiten de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 2.94, eerste en derde lid, van de wetof door de inspectie ingevolge artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezichthet onderwijs als onvoldoende is beoordeeld, komen niet in aanmerking voor een DAMU-licentie.
6. De aanvraag voor een DAMU-licentie wordt jaarlijks op uiterlijk 1 oktober ingediend. Aanvragen ingediend na deze datum worden in een volgend kalenderjaar in behandeling genomen.
7. Stichting DAMU adviseert de minister over de aanvraag op uiterlijk 1 december van het desbetreffende jaar.
8. De minister besluit over het verstrekken van een DAMU-licentie uiterlijk 1 februari van het volgende kalenderjaar.
2. Het aantal scholen met een DAMU-licentie bedraagt niet meer dan twaalf. De minister kan in uitzonderlijke gevallen van dit aantal afwijken indien leerlingendaling of schoolsplitsing hier aanleiding toe geeft.
3. Indien door toekenning van de ingediende aanvragen het aantal DAMU-scholen het maximum van 12 zou overschrijden, is de rangschikking voor toekenning als volgt:
a. aanvragen voor verlenging van eerdere licenties hebben voorrang boven aanvragen voor een nieuwe licentie;
b. aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld, met dien verstande, dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling door de minister is ontvangen, als datum van binnenkomst geldt;
c. bij gelijktijdige binnenkomst van de aanvragen komt de school met het hoogste aantal DAMU-leerlingen als eerste in aanmerking voor een DAMU-licentie.
4. Een aanvraag van het bevoegd gezag van een school wordt in behandeling genomen indien is voldaan aan de vereisten in artikel 4en 5.
5. Scholen waar op het moment van de aanvraag of op het moment van besluiten de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 2.94, eerste en derde lid, van de wetof door de inspectie ingevolge artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezichthet onderwijs als onvoldoende is beoordeeld, komen niet in aanmerking voor een DAMU-licentie.
6. De aanvraag voor een DAMU-licentie wordt jaarlijks op uiterlijk 1 oktober ingediend. Aanvragen ingediend na deze datum worden in een volgend kalenderjaar in behandeling genomen.
7. Stichting DAMU adviseert de minister over de aanvraag op uiterlijk 1 december van het desbetreffende jaar.
8. De minister besluit over het verstrekken van een DAMU-licentie uiterlijk 1 februari van het volgende kalenderjaar.