BWBR0044028
Geldig vanaf 2023-08-01
Artikel 3
Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO 2020
1. De minister kan op verzoek van het bevoegd gezag van een school een licentie Topsporttalentschool verstrekken.
2. Een aanvraag van het bevoegd gezag van een school wordt in behandeling genomen indien is voldaan aan de vereisten in de artikelen 4en 5. De Minister kan in uitzonderlijke gevallen van de genoemde aantallen in artikel 5afwijken indien leerlingendaling of schoolsplitsing hier aanleiding toe geeft.
3. Scholen waar op het moment van de aanvraag of op het moment van besluiten de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 2.94, eerste en derde lid, van de wetof door de inspectie ingevolge artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezichthet onderwijs als onvoldoende is beoordeeld, komen niet in aanmerking voor een licentie Topsporttalentschool.
4. De aanvraag voor een licentie Topsporttalentschool wordt op uiterlijk 1 oktober van het schooljaar ingediend.
5. Het Expertisecentrum adviseert de minister over de aanvraag op uiterlijk 1 december van het desbetreffende jaar.
6. De minister beslist binnen 26 weken na ontvangst van een aanvraag.
2. Een aanvraag van het bevoegd gezag van een school wordt in behandeling genomen indien is voldaan aan de vereisten in de artikelen 4en 5. De Minister kan in uitzonderlijke gevallen van de genoemde aantallen in artikel 5afwijken indien leerlingendaling of schoolsplitsing hier aanleiding toe geeft.
3. Scholen waar op het moment van de aanvraag of op het moment van besluiten de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 2.94, eerste en derde lid, van de wetof door de inspectie ingevolge artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezichthet onderwijs als onvoldoende is beoordeeld, komen niet in aanmerking voor een licentie Topsporttalentschool.
4. De aanvraag voor een licentie Topsporttalentschool wordt op uiterlijk 1 oktober van het schooljaar ingediend.
5. Het Expertisecentrum adviseert de minister over de aanvraag op uiterlijk 1 december van het desbetreffende jaar.
6. De minister beslist binnen 26 weken na ontvangst van een aanvraag.