BWBR0043974
Geldig vanaf 2020-08-01
Artikel 7
Regeling specifieke uitkering Gemeente in verband met de versterking van de lokale integrale aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme 2021
1. Het totale bedrag van de te verlenen uitkeringen op grond van artikel 2bedraagt maximaal € 7.000.000,00.
2. Op de aanvraag wordt positief beslist indien uit het ingediende plan en de daarbij behorende begroting blijkt dat de aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme in de gemeente of de regio van de hoofdaanvrager vanwege de dreiging noodzakelijk is.
3. In afwijking van het tweede lid wordt op een aanvraag die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een activiteit waarvoor € 100.000,00 of meer wordt aangevraagd slechts positief beslist, indien de gemeente of hoofdaanvrager bereid is met betrekking tot deze activiteit een gedegen door een onafhankelijke organisatie opgestelde effectevaluatie uit te laten voeren.
4. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op het evalueren van de activiteiten die zijn verricht in het kader van het tegengaan van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme, als bedoeld in artikel 3, onder g, kan hierop positief worden beslist, mits het aangevraagde bedrag van deze evaluatie niet meer bedraagt dan 10% van het aangevraagde bedrag van de activiteit waarop de evaluatie betrekking heeft.
5. Bij de beoordeling van de aanvraag om een specifieke uitkering houdt de minister rekening met de dreiging, de weerbaarheid en de behoefte van de gemeente of de regio waarbinnen de gemeente ligt.
6. Met inachtneming van het vierde en vijfde lid, verdeelt de minister het bedrag, genoemd in het eerste lid, naar evenredigheid.
2. Op de aanvraag wordt positief beslist indien uit het ingediende plan en de daarbij behorende begroting blijkt dat de aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme in de gemeente of de regio van de hoofdaanvrager vanwege de dreiging noodzakelijk is.
3. In afwijking van het tweede lid wordt op een aanvraag die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een activiteit waarvoor € 100.000,00 of meer wordt aangevraagd slechts positief beslist, indien de gemeente of hoofdaanvrager bereid is met betrekking tot deze activiteit een gedegen door een onafhankelijke organisatie opgestelde effectevaluatie uit te laten voeren.
4. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op het evalueren van de activiteiten die zijn verricht in het kader van het tegengaan van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme, als bedoeld in artikel 3, onder g, kan hierop positief worden beslist, mits het aangevraagde bedrag van deze evaluatie niet meer bedraagt dan 10% van het aangevraagde bedrag van de activiteit waarop de evaluatie betrekking heeft.
5. Bij de beoordeling van de aanvraag om een specifieke uitkering houdt de minister rekening met de dreiging, de weerbaarheid en de behoefte van de gemeente of de regio waarbinnen de gemeente ligt.
6. Met inachtneming van het vierde en vijfde lid, verdeelt de minister het bedrag, genoemd in het eerste lid, naar evenredigheid.