BWBR0043974
Geldig vanaf 2020-08-01
Artikel 4
Regeling specifieke uitkering Gemeente in verband met de versterking van de lokale integrale aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme 2021
1. Zowel de gemeente als de hoofdaanvrager kunnen een aanvraag voor de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, indienen bij de minister.
2. Een aanvraag bevat in ieder geval:
a. de naam van de gemeente of van de gemeenten waarvoor tevens een aanvraag wordt gedaan;
b. de datum van de aanvraag;
c. een plan van aanpak ten behoeve van de lokale/-regionale integrale aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme in 2021 waarin een beschrijving wordt gegeven van de te ondernemen activiteiten door het doel, beoogd effect, een uitsplitsing van de kosten en eventuele andere (co)financieringsstromen toe te lichten waarbij ook aandacht wordt besteed aan de te verwachten regionale effecten van de doelstellingen;
d. een begroting van de aangevraagde activiteiten;
e. inzicht in de relatie met andere geldstromen die worden aangewend voor de activiteiten waarvoor een uitkering wordt gevraagd;
f. een actuele lokale analyse van de problematiek omtrent radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme en het gemeentelijk beleid op dit terrein;
g. een rekeningnummer, onder vermelding van en ten name van wie, waar het toegekende bedrag naar overgemaakt kan worden.
3. Indien de aanvraag wordt ingediend door een hoofdaanvrager is het eerste lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat uit het plan van aanpak tevens blijkt wat de betrokkenheid is van elk van de gemeenten en op welke wijze de regionale aanpak vorm wordt gegeven.
4. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.
5. Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:
a. het streven naar een lokale integrale aanpak met regionale dekking voor de gebieden waar de problematiek klein is;
b. de wijze waarop de effecten van de activiteiten worden geborgd en verduurzaamd;
c. het streven om activiteiten te verrichten waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat ze in grote mate effectief zijn.
2. Een aanvraag bevat in ieder geval:
a. de naam van de gemeente of van de gemeenten waarvoor tevens een aanvraag wordt gedaan;
b. de datum van de aanvraag;
c. een plan van aanpak ten behoeve van de lokale/-regionale integrale aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme in 2021 waarin een beschrijving wordt gegeven van de te ondernemen activiteiten door het doel, beoogd effect, een uitsplitsing van de kosten en eventuele andere (co)financieringsstromen toe te lichten waarbij ook aandacht wordt besteed aan de te verwachten regionale effecten van de doelstellingen;
d. een begroting van de aangevraagde activiteiten;
e. inzicht in de relatie met andere geldstromen die worden aangewend voor de activiteiten waarvoor een uitkering wordt gevraagd;
f. een actuele lokale analyse van de problematiek omtrent radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme en het gemeentelijk beleid op dit terrein;
g. een rekeningnummer, onder vermelding van en ten name van wie, waar het toegekende bedrag naar overgemaakt kan worden.
3. Indien de aanvraag wordt ingediend door een hoofdaanvrager is het eerste lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat uit het plan van aanpak tevens blijkt wat de betrokkenheid is van elk van de gemeenten en op welke wijze de regionale aanpak vorm wordt gegeven.
4. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.
5. Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:
a. het streven naar een lokale integrale aanpak met regionale dekking voor de gebieden waar de problematiek klein is;
b. de wijze waarop de effecten van de activiteiten worden geborgd en verduurzaamd;
c. het streven om activiteiten te verrichten waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat ze in grote mate effectief zijn.