BWBR0043960
Geldig vanaf 2020-07-29
Artikel 5
Besluit Ondermandaat NCG 2020
1. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur of een afdelingshoofd is een plaatsvervanger bevoegd om te handelen. De plaatsvervanger heeft dezelfde bevoegdheid als de functionaris met het mandaat.
2. De plaatsvervanger van de directeur Operatie is de directeur Bedrijfsvoering. De plaatsvervanger van de directeur Bedrijfsvoering is de directeur Operatie.
3. Een afdelingshoofd wordt vervangen door een directeur.
4. In afwijking van het derde lid is het afdelingshoofd Ontwerp plaatsvervanger van het afdelingshoofd Realisatie en het afdelingshoofd Realisatie plaatsvervanger van het afdelingshoofd Ontwerp. Voorts is het afdelingshoofd Ontwikkeling plaatsvervanger van het afdelingshoofd Opname en Normering en het afdelingshoofd Opname en Normering plaatsvervanger van het afdelingshoofd Ontwikkeling.
2. De plaatsvervanger van de directeur Operatie is de directeur Bedrijfsvoering. De plaatsvervanger van de directeur Bedrijfsvoering is de directeur Operatie.
3. Een afdelingshoofd wordt vervangen door een directeur.
4. In afwijking van het derde lid is het afdelingshoofd Ontwerp plaatsvervanger van het afdelingshoofd Realisatie en het afdelingshoofd Realisatie plaatsvervanger van het afdelingshoofd Ontwerp. Voorts is het afdelingshoofd Ontwikkeling plaatsvervanger van het afdelingshoofd Opname en Normering en het afdelingshoofd Opname en Normering plaatsvervanger van het afdelingshoofd Ontwikkeling.