BWBR0043960
Geldig vanaf 2020-07-29
Artikel 3
Besluit Ondermandaat NCG 2020
1. Aan de directeur Operatie wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein. Voorts is de directeur Operatie plaatsvervanger van de Algemeen directeur als bedoeld in artikel 5.
2. Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein.
3. Aan directeuren wordt mandaat verleend ten aanzien van personele aangelegenheden in het betreffende organisatieonderdeel, met uitzondering van:
a. het vaststellen van capaciteitsplannen, formatie, plannen die de inrichting van de Nationaal Coördinator Groningen betreffen of afdeling overstijgend zijn;
b. het opleggen van een straf;
c. schorsing;
d. het beëindigen van de arbeidsovereenkomst;
e. het afnemen van de eed en belofte;
f. het toekennen van een terugkeergarantie;
g. het besluiten tot een reorganisatie;
h. het toekennen van (im)materiële schadevergoeding.
2. Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein.
3. Aan directeuren wordt mandaat verleend ten aanzien van personele aangelegenheden in het betreffende organisatieonderdeel, met uitzondering van:
a. het vaststellen van capaciteitsplannen, formatie, plannen die de inrichting van de Nationaal Coördinator Groningen betreffen of afdeling overstijgend zijn;
b. het opleggen van een straf;
c. schorsing;
d. het beëindigen van de arbeidsovereenkomst;
e. het afnemen van de eed en belofte;
f. het toekennen van een terugkeergarantie;
g. het besluiten tot een reorganisatie;
h. het toekennen van (im)materiële schadevergoeding.