BWBR0043946
Geldig vanaf 01-08-2020
Artikel 21
Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht BES
1. Indien de jeugdige voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld als bedoeld in artikel 79j, vierde lid, van de wet, ontvangen de voogdijraad en de reclassering daarvan mededeling. De mededeling behelst de voorwaarden waaronder de invrijheidstelling is verleend.
2. Bij invrijheidstelling als bedoeld in het eerste lid, kunnen de in artikel 31 genoemde bijzondere voorwaarden worden gesteld.
3. Tijdens de proeftijd, bedoeld in artikel 79j, vierde lid, van de wet, doet het openbaar ministerie aan de reclassering, de voogdijraad en aan Onze Minister onverwijld mededeling van:
a. elke vrijheidsbeneming van de jeugdige door het daartoe bevoegde gezag;
b. elk misdrijf dat de jeugdige heeft begaan of vermoedelijk heeft begaan en;
c. elk ter zijner kennis gekomen overtreding van de voorwaarden door de jeugdige.
2. Bij invrijheidstelling als bedoeld in het eerste lid, kunnen de in artikel 31 genoemde bijzondere voorwaarden worden gesteld.
3. Tijdens de proeftijd, bedoeld in artikel 79j, vierde lid, van de wet, doet het openbaar ministerie aan de reclassering, de voogdijraad en aan Onze Minister onverwijld mededeling van:
a. elke vrijheidsbeneming van de jeugdige door het daartoe bevoegde gezag;
b. elk misdrijf dat de jeugdige heeft begaan of vermoedelijk heeft begaan en;
c. elk ter zijner kennis gekomen overtreding van de voorwaarden door de jeugdige.
- Citeren als
- Art. 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043946
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl