BWBR0043946
Geldig vanaf 01-08-2020
Artikel 13
Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht BES
1. De directeur kan aan de jeugdige planmatig verlof verlenen. De wijze waarop planmatig verlof wordt verleend, vormt een onderdeel van het verblijfsplan.
2. Het verlofplan geldt telkens voor een periode van ten hoogste zes maanden en bevat:
a. een concrete aanduiding van het voorgenomen verloftraject in die periode wat betreft de frequentie, de duur, de aard en de bestemming van het verlof;
b. een motivering van het belang van het verlof met het oog op de behandeling en resocialisatie;
c. een afweging van de veiligheidsrisico's.
3. Planmatig verlof kan bestaan uit:
a. eendaags begeleid verlof zonder overnachting;
b. eendaags onbegeleid verlof zonder overnachting;
c. onbegeleid verlof met één overnachting;
d. onbegeleid verlof met meerdere overnachtingen.
4. Een onveroordeelde komt niet in aanmerking voor planmatig verlof.
2. Het verlofplan geldt telkens voor een periode van ten hoogste zes maanden en bevat:
a. een concrete aanduiding van het voorgenomen verloftraject in die periode wat betreft de frequentie, de duur, de aard en de bestemming van het verlof;
b. een motivering van het belang van het verlof met het oog op de behandeling en resocialisatie;
c. een afweging van de veiligheidsrisico's.
3. Planmatig verlof kan bestaan uit:
a. eendaags begeleid verlof zonder overnachting;
b. eendaags onbegeleid verlof zonder overnachting;
c. onbegeleid verlof met één overnachting;
d. onbegeleid verlof met meerdere overnachtingen.
4. Een onveroordeelde komt niet in aanmerking voor planmatig verlof.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043946
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl