BWBR0043944
Geldig vanaf 2021-08-25
Artikel 7
Subsidieregeling uitvoering convenanten lerarentekort PO G5
1. De subsidie wordt uiterlijk binnen acht weken na 17 augustus 2020 direct vastgesteld.
2. De minister betaalt de subsidie in delen per jaar uit, en volgt daarbij de volgende verdeling:
[tabel]
3. De betaling voor 2020 geschiedt direct na de verstrekking. In 2021, 2022 en 2023 wordt het desbetreffende bedrag in september betaald.
4. De penvoerder levert vanaf 2021 jaarlijks uiterlijk op 1 oktober, aanvullend op de brede kwantitatieve monitor, een kwantitatieve en kwalitatieve zelfevaluatie als bedoeld in artikel 5, derde en vierde lid, van het convenant dat voor de betreffende G5-gemeente gesloten is.
5. De zelfevaluatie bevat in ieder geval:
a. een reflectie op de ontwikkeling van de tekorten in de gemeente;
b. een reflectie op de voortgang van de gemaakte afspraken in het convenant en de resultaten in artikel 3 van het convenant; en
c. een reflectie op de vragen: 1°. hoe tevreden besturen, opleidingen en gemeente zijn met de ontwikkeling en de voortgang;
2°. of de gekozen maatregelen in artikel 3 en artikel 4 van het betreffende convenant aanpassing behoeven.
1°. hoe tevreden besturen, opleidingen en gemeente zijn met de ontwikkeling en de voortgang;
2°. of de gekozen maatregelen in artikel 3 en artikel 4 van het betreffende convenant aanpassing behoeven.
6. De minister kan de subsidie lager vaststellen op basis van het tussentijds verslag van het onderzoeksbureau als bedoeld in artikel 5 van de convenanten.
7. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsmet model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
8. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten passend bij het doel zoals beschreven in artikel 2 van het desbetreffende convenant.
2. De minister betaalt de subsidie in delen per jaar uit, en volgt daarbij de volgende verdeling:
[tabel]
3. De betaling voor 2020 geschiedt direct na de verstrekking. In 2021, 2022 en 2023 wordt het desbetreffende bedrag in september betaald.
4. De penvoerder levert vanaf 2021 jaarlijks uiterlijk op 1 oktober, aanvullend op de brede kwantitatieve monitor, een kwantitatieve en kwalitatieve zelfevaluatie als bedoeld in artikel 5, derde en vierde lid, van het convenant dat voor de betreffende G5-gemeente gesloten is.
5. De zelfevaluatie bevat in ieder geval:
a. een reflectie op de ontwikkeling van de tekorten in de gemeente;
b. een reflectie op de voortgang van de gemaakte afspraken in het convenant en de resultaten in artikel 3 van het convenant; en
c. een reflectie op de vragen: 1°. hoe tevreden besturen, opleidingen en gemeente zijn met de ontwikkeling en de voortgang;
2°. of de gekozen maatregelen in artikel 3 en artikel 4 van het betreffende convenant aanpassing behoeven.
1°. hoe tevreden besturen, opleidingen en gemeente zijn met de ontwikkeling en de voortgang;
2°. of de gekozen maatregelen in artikel 3 en artikel 4 van het betreffende convenant aanpassing behoeven.
6. De minister kan de subsidie lager vaststellen op basis van het tussentijds verslag van het onderzoeksbureau als bedoeld in artikel 5 van de convenanten.
7. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsmet model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
8. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten passend bij het doel zoals beschreven in artikel 2 van het desbetreffende convenant.