BWBR0043944
Geldig vanaf 2021-08-25
Artikel 6
Subsidieregeling uitvoering convenanten lerarentekort PO G5
1. Een aanvraag kan worden ingediend tot en met 17 augustus 2020 met behulp van een format dat daartoe door DUS-I beschikbaar wordt gesteld.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een begroting die aansluit op de activiteiten die zijn opgenomen in het convenant, ten aanzien waarvan artikel 3.5 van de Kaderregelingvan overeenkomstige toepassing is, en een samenwerkingsovereenkomst, gesloten met alle partijen die deelnemen aan de uitvoering van het convenant.
3. De begroting sluit aan bij de activiteiten die zijn opgenomen in het desbetreffende convenant en bevat, onverminderd artikel 3.5 van de Kaderregeling, een toelichting op de cofinanciering.
4. De samenwerkingsovereenkomst bevat in ieder geval:
a. een beschrijving van de wijze waarop elk van de partijen, bedoeld in het tweede lid, bijdraagt aan de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt;
b. een beschrijving van de wijze waarop de besluitvorming plaatsvindt;
c. een beschrijving van de wijze waarop eventueel resterende middelen, indien artikel 7, achtste lid, van toepassing is, na uitvoering van de activiteiten zullen worden verdeeld;
d. een verklaring van de partijen, dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen; en
e. een verklaring van de partijen, dat zij zullen meewerken aan een monitor- en evaluatieonderzoek en dat zij alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie op verzoek aan de penvoerder zullen verstrekken.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een begroting die aansluit op de activiteiten die zijn opgenomen in het convenant, ten aanzien waarvan artikel 3.5 van de Kaderregelingvan overeenkomstige toepassing is, en een samenwerkingsovereenkomst, gesloten met alle partijen die deelnemen aan de uitvoering van het convenant.
3. De begroting sluit aan bij de activiteiten die zijn opgenomen in het desbetreffende convenant en bevat, onverminderd artikel 3.5 van de Kaderregeling, een toelichting op de cofinanciering.
4. De samenwerkingsovereenkomst bevat in ieder geval:
a. een beschrijving van de wijze waarop elk van de partijen, bedoeld in het tweede lid, bijdraagt aan de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt;
b. een beschrijving van de wijze waarop de besluitvorming plaatsvindt;
c. een beschrijving van de wijze waarop eventueel resterende middelen, indien artikel 7, achtste lid, van toepassing is, na uitvoering van de activiteiten zullen worden verdeeld;
d. een verklaring van de partijen, dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen; en
e. een verklaring van de partijen, dat zij zullen meewerken aan een monitor- en evaluatieonderzoek en dat zij alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie op verzoek aan de penvoerder zullen verstrekken.