BWBR0043889
Geldig vanaf 16-07-2020
Artikel 21
Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius
1. Deze wet vervalt op 1 september 2024.
2. Indien op 1 februari 2024 het in artikel 16 bedoelde koninklijk besluit nog niet is vastgesteld, kan voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, de werking van deze wet eenmalig met maximaal een jaar worden verlengd, indien hieraan voorafgaand, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, door Onze Minister een standpunt over het voornemen tot verlenging van deze wet of een voorstel van wet daaromtrent bij de Staten-Generaal is ingediend.
3. Indien het voorstel van wet, bedoeld in het tweede lid, binnen de verlengde termijn wordt ingetrokken of door een van beide Kamers der Staten-Generaal wordt verworpen, vervalt deze wet op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2. Indien op 1 februari 2024 het in artikel 16 bedoelde koninklijk besluit nog niet is vastgesteld, kan voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, de werking van deze wet eenmalig met maximaal een jaar worden verlengd, indien hieraan voorafgaand, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, door Onze Minister een standpunt over het voornemen tot verlenging van deze wet of een voorstel van wet daaromtrent bij de Staten-Generaal is ingediend.
3. Indien het voorstel van wet, bedoeld in het tweede lid, binnen de verlengde termijn wordt ingetrokken of door een van beide Kamers der Staten-Generaal wordt verworpen, vervalt deze wet op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
- Citeren als
- Art. 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043889
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl