BWBR0043889
Geldig vanaf 20-06-2023
Artikel 15
Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius
Indien de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat mag worden verwacht dat de eilandsraad en het bestuurscollege hun taken en bevoegdheden op grond van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius zelf naar behoren kunnen vervullen, wordt op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, deze wet op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip als volgt gewijzigd:
1. Artikel 8 vervalt.
2. In artikel 10, tweede lid, zoals gewijzigd door artikel 13, wordt «de artikelen 5, tweede lid, 7 en 8» vervangen door «de artikelen 5, tweede lid, en 7».
3. Na artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende: 1. De goedkeuring van besluiten met financiële gevolgen en van de begroting, bedoeld in hoofdstuk III, afdelingen 1 en 2, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht, de in die afdelingen genoemde gronden of als naar het oordeel van Onze Minister, het besluit of de begroting: a. voor de ingezetenen van het openbaar lichaam Sint Eustatius onevenredig nadelige gevolgen heeft in verhouding tot de met dat besluit of die begroting te dienen doelen;
b. leidt tot onredelijke administratieve of financiële lasten voor het openbaar lichaam Sint Eustatius;
c. het behoorlijk functioneren van het eilandsbestuur in de toekomst belemmert.
a. voor de ingezetenen van het openbaar lichaam Sint Eustatius onevenredig nadelige gevolgen heeft in verhouding tot de met dat besluit of die begroting te dienen doelen;
b. leidt tot onredelijke administratieve of financiële lasten voor het openbaar lichaam Sint Eustatius;
c. het behoorlijk functioneren van het eilandsbestuur in de toekomst belemmert.
2. De vaststelling van de kwartaal uitvoeringsrapportages, bedoeld in artikel 22 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in artikel 29 van die wet, de eilandsverordeningen, bedoeld in de artikelen 34 en 38 van die wet, en de belastingverordeningen, bedoeld in artikel 40 van die wet, behoeven de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens de in het eerste lid genoemde gronden.
3. Onverminderd de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is het College financieel toezicht belast met het adviseren van Onze Minister over de toepassing van de in het eerste en tweede lid geregelde toezicht.
1. De goedkeuring van besluiten met financiële gevolgen en van de begroting, bedoeld in hoofdstuk III, afdelingen 1 en 2, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht, de in die afdelingen genoemde gronden of als naar het oordeel van Onze Minister, het besluit of de begroting: a. voor de ingezetenen van het openbaar lichaam Sint Eustatius onevenredig nadelige gevolgen heeft in verhouding tot de met dat besluit of die begroting te dienen doelen;
b. leidt tot onredelijke administratieve of financiële lasten voor het openbaar lichaam Sint Eustatius;
c. het behoorlijk functioneren van het eilandsbestuur in de toekomst belemmert.
a. voor de ingezetenen van het openbaar lichaam Sint Eustatius onevenredig nadelige gevolgen heeft in verhouding tot de met dat besluit of die begroting te dienen doelen;
b. leidt tot onredelijke administratieve of financiële lasten voor het openbaar lichaam Sint Eustatius;
c. het behoorlijk functioneren van het eilandsbestuur in de toekomst belemmert.
2. De vaststelling van de kwartaal uitvoeringsrapportages, bedoeld in artikel 22 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in artikel 29 van die wet, de eilandsverordeningen, bedoeld in de artikelen 34 en 38 van die wet, en de belastingverordeningen, bedoeld in artikel 40 van die wet, behoeven de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens de in het eerste lid genoemde gronden.
3. Onverminderd de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is het College financieel toezicht belast met het adviseren van Onze Minister over de toepassing van de in het eerste en tweede lid geregelde toezicht.
1. Artikel 8 vervalt.
2. In artikel 10, tweede lid, zoals gewijzigd door artikel 13, wordt «de artikelen 5, tweede lid, 7 en 8» vervangen door «de artikelen 5, tweede lid, en 7».
3. Na artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende: 1. De goedkeuring van besluiten met financiële gevolgen en van de begroting, bedoeld in hoofdstuk III, afdelingen 1 en 2, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht, de in die afdelingen genoemde gronden of als naar het oordeel van Onze Minister, het besluit of de begroting: a. voor de ingezetenen van het openbaar lichaam Sint Eustatius onevenredig nadelige gevolgen heeft in verhouding tot de met dat besluit of die begroting te dienen doelen;
b. leidt tot onredelijke administratieve of financiële lasten voor het openbaar lichaam Sint Eustatius;
c. het behoorlijk functioneren van het eilandsbestuur in de toekomst belemmert.
a. voor de ingezetenen van het openbaar lichaam Sint Eustatius onevenredig nadelige gevolgen heeft in verhouding tot de met dat besluit of die begroting te dienen doelen;
b. leidt tot onredelijke administratieve of financiële lasten voor het openbaar lichaam Sint Eustatius;
c. het behoorlijk functioneren van het eilandsbestuur in de toekomst belemmert.
2. De vaststelling van de kwartaal uitvoeringsrapportages, bedoeld in artikel 22 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in artikel 29 van die wet, de eilandsverordeningen, bedoeld in de artikelen 34 en 38 van die wet, en de belastingverordeningen, bedoeld in artikel 40 van die wet, behoeven de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens de in het eerste lid genoemde gronden.
3. Onverminderd de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is het College financieel toezicht belast met het adviseren van Onze Minister over de toepassing van de in het eerste en tweede lid geregelde toezicht.
1. De goedkeuring van besluiten met financiële gevolgen en van de begroting, bedoeld in hoofdstuk III, afdelingen 1 en 2, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht, de in die afdelingen genoemde gronden of als naar het oordeel van Onze Minister, het besluit of de begroting: a. voor de ingezetenen van het openbaar lichaam Sint Eustatius onevenredig nadelige gevolgen heeft in verhouding tot de met dat besluit of die begroting te dienen doelen;
b. leidt tot onredelijke administratieve of financiële lasten voor het openbaar lichaam Sint Eustatius;
c. het behoorlijk functioneren van het eilandsbestuur in de toekomst belemmert.
a. voor de ingezetenen van het openbaar lichaam Sint Eustatius onevenredig nadelige gevolgen heeft in verhouding tot de met dat besluit of die begroting te dienen doelen;
b. leidt tot onredelijke administratieve of financiële lasten voor het openbaar lichaam Sint Eustatius;
c. het behoorlijk functioneren van het eilandsbestuur in de toekomst belemmert.
2. De vaststelling van de kwartaal uitvoeringsrapportages, bedoeld in artikel 22 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in artikel 29 van die wet, de eilandsverordeningen, bedoeld in de artikelen 34 en 38 van die wet, en de belastingverordeningen, bedoeld in artikel 40 van die wet, behoeven de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens de in het eerste lid genoemde gronden.
3. Onverminderd de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is het College financieel toezicht belast met het adviseren van Onze Minister over de toepassing van de in het eerste en tweede lid geregelde toezicht.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043889
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl