BWBR0043797
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 7
Wet toetreding zorgaanbieders
1. Onze Minister kan de toelatingsvergunning intrekken, indien:
a. de zorgaanbieder gedurende een jaar de bij of krachtens artikel 4 bedoelde zorg of dienst niet heeft verleend of heeft doen verlenen;
b. de zorgaanbieder ophoudt te bestaan of diens bestuursstructuur aanzienlijk wijzigt;
c. niet wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen a, b, c of d, of derde lid;
d. artikel 35, eerste, tweede, zesde of zevende lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg is overtreden; of
e. de zorgaanbieder onjuiste gegevens heeft verstrekt terwijl op grond van de juiste gegevens de toelatingsvergunning zou zijn geweigerd.
2. Onze Minister kan de toelatingsvergunning intrekken, indien de zorgaanbieder in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen op verzoek van Onze Minister geen verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevenskan verstrekken ten behoeve van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van die wetof een natuurlijke persoon die behoort tot een van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van natuurlijke personen. De verklaring is niet ouder dan 3 maanden.
3. Een toelatingsvergunning kan voorts door Onze Minister worden ingetrokken, indien er sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingendoor het openbaar bestuur. Artikel 5, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
a. de zorgaanbieder gedurende een jaar de bij of krachtens artikel 4 bedoelde zorg of dienst niet heeft verleend of heeft doen verlenen;
b. de zorgaanbieder ophoudt te bestaan of diens bestuursstructuur aanzienlijk wijzigt;
c. niet wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen a, b, c of d, of derde lid;
d. artikel 35, eerste, tweede, zesde of zevende lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg is overtreden; of
e. de zorgaanbieder onjuiste gegevens heeft verstrekt terwijl op grond van de juiste gegevens de toelatingsvergunning zou zijn geweigerd.
2. Onze Minister kan de toelatingsvergunning intrekken, indien de zorgaanbieder in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen op verzoek van Onze Minister geen verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevenskan verstrekken ten behoeve van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van die wetof een natuurlijke persoon die behoort tot een van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van natuurlijke personen. De verklaring is niet ouder dan 3 maanden.
3. Een toelatingsvergunning kan voorts door Onze Minister worden ingetrokken, indien er sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingendoor het openbaar bestuur. Artikel 5, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.