BWBR0043797
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 15
Wet toetreding zorgaanbieders
1. Indien een instelling op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op grond van artikel 1, derde lid, van de Wet toelating zorginstellingen, zoals dat artikel luidde direct voorafgaand aan dat tijdstip, van rechtswege in het bezit is van een toelating, vraagt de instelling binnen twee jaar na inwerkingtreding van deze wet een toelatingsvergunning aan indien deze instelling op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 4over een toelatingsvergunning dient te beschikken.
2. Indien een zorgaanbieder op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet niet in het bezit hoefde te zijn van een toelating op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet toelating zorginstellingen, zoals dat artikel luidde direct voorafgaand aan dat tijdstip, doch vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet over een toelatingsvergunning dient te beschikken, vraagt de zorgaanbieder die vergunning binnen twee jaar na inwerkingtreding van deze wet aan.
3. Aan de aanvraag om een toelatingsvergunning zijn voor de zorgaanbieder, bedoeld in het eerste en tweede lid, in afwijking van artikel 6, gedurende bedoelde twee jaar geen kosten verbonden.
2. Indien een zorgaanbieder op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet niet in het bezit hoefde te zijn van een toelating op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet toelating zorginstellingen, zoals dat artikel luidde direct voorafgaand aan dat tijdstip, doch vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet over een toelatingsvergunning dient te beschikken, vraagt de zorgaanbieder die vergunning binnen twee jaar na inwerkingtreding van deze wet aan.
3. Aan de aanvraag om een toelatingsvergunning zijn voor de zorgaanbieder, bedoeld in het eerste en tweede lid, in afwijking van artikel 6, gedurende bedoelde twee jaar geen kosten verbonden.