BWBR0043758
Geldig vanaf 2020-07-01
Artikel 8
Subsidieregeling EVC Jeugd- en gezinsprofessional
1. De aanvraag tot verlening voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, derde lid, gaat vergezeld van:
a. een de-minimisverklaring; of
b. een verklaring waarin de aanvrager aangeeft geen onderneming in moeilijkheden te zijn als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. De aanvraag tot verlening wordt uiterlijk 1 maart 2023 ingediend.
3. De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 6, derde lid, toont op de in het besluit tot verlening bepaalde wijze aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht.
4. De minister neemt binnen 22 weken na afloop van de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht, ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.
a. een de-minimisverklaring; of
b. een verklaring waarin de aanvrager aangeeft geen onderneming in moeilijkheden te zijn als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. De aanvraag tot verlening wordt uiterlijk 1 maart 2023 ingediend.
3. De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 6, derde lid, toont op de in het besluit tot verlening bepaalde wijze aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht.
4. De minister neemt binnen 22 weken na afloop van de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht, ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.