BWBR0043758
Geldig vanaf 2020-07-01
Artikel 7
Subsidieregeling EVC Jeugd- en gezinsprofessional
1. De aanvrager van een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, toont aan de hand van een opgave van de kosten aan dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zijn verricht.
2. De aanvraag tot vaststelling voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid, gaat tevens vergezeld van een de-minimisverklaring.
3. In aanvulling op het eerste en tweede lid overlegt de aanvrager van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt een verklaring van het bestuur van de betreffende instelling waarin wordt vermeld welke jeugdprofessionals hebben deelgenomen aan de EVC-procedure.
4. De aanvraag tot vaststelling voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, wordt uiterlijk ingediend op 1 augustus 2023.
5. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
2. De aanvraag tot vaststelling voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid, gaat tevens vergezeld van een de-minimisverklaring.
3. In aanvulling op het eerste en tweede lid overlegt de aanvrager van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt een verklaring van het bestuur van de betreffende instelling waarin wordt vermeld welke jeugdprofessionals hebben deelgenomen aan de EVC-procedure.
4. De aanvraag tot vaststelling voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, wordt uiterlijk ingediend op 1 augustus 2023.
5. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.