BWBR0043708
Geldig vanaf 2020-06-26
Artikel 21
Organisatiebesluit BZK 2020
1. De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving staat onder leiding van een directeur.
2. De directie heeft de volgende taken:
a. het beheer en onderhoud van de Grondwet en het Statuut;
b. de toetsing van (concept)regelgeving, beleid en maatregelen aan de Grondwet, het Statuut en relevante internationale verdragen, inclusief het EU-recht;
c. het opstellen van regelgeving waar de bewindspersonen eerstverantwoordelijk voor zijn;
d. het bijdragen aan de totstandkoming van nationale en internationale wetgeving waarbij de bewindspersonen mede zijn betrokken;
e. het adviseren over de noodzaak, wenselijkheid en mogelijkheid om door middel van wetgeving bij te dragen aan het bereiken van de beleidsdoelstellingen van de bewindspersonen;
f. het adviseren over de noodzaak, wenselijkheid en mogelijkheid om de democratische constitutionele orde door middel van wetgeving aan te passen aan veranderende maatschappelijke behoeften;
g. de bezwaar- en beroepsprocedures tegen de bewindspersonen of het ministerie en de advisering over juridische aangelegenheden in het algemeen;
h. het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot een eenvoudiger en beter omgevingsrecht.
2. De directie heeft de volgende taken:
a. het beheer en onderhoud van de Grondwet en het Statuut;
b. de toetsing van (concept)regelgeving, beleid en maatregelen aan de Grondwet, het Statuut en relevante internationale verdragen, inclusief het EU-recht;
c. het opstellen van regelgeving waar de bewindspersonen eerstverantwoordelijk voor zijn;
d. het bijdragen aan de totstandkoming van nationale en internationale wetgeving waarbij de bewindspersonen mede zijn betrokken;
e. het adviseren over de noodzaak, wenselijkheid en mogelijkheid om door middel van wetgeving bij te dragen aan het bereiken van de beleidsdoelstellingen van de bewindspersonen;
f. het adviseren over de noodzaak, wenselijkheid en mogelijkheid om de democratische constitutionele orde door middel van wetgeving aan te passen aan veranderende maatschappelijke behoeften;
g. de bezwaar- en beroepsprocedures tegen de bewindspersonen of het ministerie en de advisering over juridische aangelegenheden in het algemeen;
h. het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot een eenvoudiger en beter omgevingsrecht.