BWBR0043699
Geldig vanaf 25-06-2020
Artikel 8
Regeling aanvullende ondersteuning meerjarig gesubsidieerde instellingen Stimuleringsfonds Creatieve Industrie COVID-19
1. De subsidie wordt door de subsidieontvanger besteed aan het opvangen van derving van eigen inkomsten uit publieksactiviteiten van de instelling in 2020 als gevolg van COVID-19-maatregelen of aan te maken kosten in 2020 voor een heropstart van publiekactiviteiten binnen de te volgen richtlijnen van de overheid.
2. De subsidieontvanger komt de financiële verplichtingen na die ontvanger ten behoeve van de geplande publieksactiviteiten in 2020 is aangegaan, in het bijzonder ook voor zover die verplichtingen voortvloeien uit afspraken tussen ontvanger en zzp’ers.
3. De subsidieontvanger doet onverwijld een melding aan het bestuur van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overlegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht.
4. Het onverwijld melding doen is niet vereist, voor zover het omstandigheden betreft die verband houden met de uitbraak van het virus COVID-19. Alsdan gaat de subsidieontvanger zo snel mogelijk over tot het doen van een melding, zij het uiterlijk in de verantwoording van de subsidie.
5. Voor zover het bedrag van de verleende subsidie na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig het bepaalde in deze regeling niet is besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt, kan het worden gereserveerd. De aldus gereserveerde middelen kunnen uitsluitend worden besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie werd verstrekt.
6. De subsidieontvanger verantwoordt de subsidie tegelijk met de verantwoording van de lopende subsidie bedoeld in artikel 2, lid 1, en zoveel mogelijk op de wijze die in de beschikking tot verlening van die lopende subsidie is bepaald. Echter, indien er eind 2020 subsidie niet werd besteed, vormt ontvanger hiervan een apart bestemmingsfonds met de naam COVID-19.
2. De subsidieontvanger komt de financiële verplichtingen na die ontvanger ten behoeve van de geplande publieksactiviteiten in 2020 is aangegaan, in het bijzonder ook voor zover die verplichtingen voortvloeien uit afspraken tussen ontvanger en zzp’ers.
3. De subsidieontvanger doet onverwijld een melding aan het bestuur van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overlegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht.
4. Het onverwijld melding doen is niet vereist, voor zover het omstandigheden betreft die verband houden met de uitbraak van het virus COVID-19. Alsdan gaat de subsidieontvanger zo snel mogelijk over tot het doen van een melding, zij het uiterlijk in de verantwoording van de subsidie.
5. Voor zover het bedrag van de verleende subsidie na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig het bepaalde in deze regeling niet is besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt, kan het worden gereserveerd. De aldus gereserveerde middelen kunnen uitsluitend worden besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie werd verstrekt.
6. De subsidieontvanger verantwoordt de subsidie tegelijk met de verantwoording van de lopende subsidie bedoeld in artikel 2, lid 1, en zoveel mogelijk op de wijze die in de beschikking tot verlening van die lopende subsidie is bepaald. Echter, indien er eind 2020 subsidie niet werd besteed, vormt ontvanger hiervan een apart bestemmingsfonds met de naam COVID-19.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043699
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl