BWBR0043615
Geldig vanaf 11-06-2020
Artikel 11
Meerjarenregeling Samen Cultuurmaken 2021–2024
1. De aanvrager richt zich in het bijzonder op een vernieuwende activiteit, vanuit een samenwerking tussen het cultureel- en het sociaal domein, met als doel om drempels ten aanzien van actieve cultuurparticipatie weg te nemen.
2. De aanvraag betreft een ontwikkeltraject, waarin leren en verbeteren centraal staat, dat achtereenvolgens ten minste twee van de volgende fasen doorloopt: ontwerp, uitvoering, evaluatie, doorontwikkeling en borging.
3. De aanvrager kan subsidie aanvragen voor een artistiek inhoudelijke activiteit, die invulling geeft aan het doel van deze regeling.
4. De activiteiten en opeenvolgende fasen van het ontwikkeltraject kunnen worden gespreid over maximaal twee opeenvolgende aanvragen per aanvrager.
5. De activiteiten hebben per aanvraag een maximale looptijd van 24 maanden en starten uiterlijk binnen negen maanden na indiening van de subsidieaanvraag. Vorenstaande geldt niet voor de activiteiten die worden ingediend in de indienronde van artikel 14, eerste lid, onderdeel d. Voor die activiteiten geldt de maximale einddatum van het zevende lid.
6. De activiteiten starten niet eerder dan na subsidieverlening van de aanvraag.
7. De activiteiten eindigen uiterlijk op 31 december 2025. Aanvragen die worden ingediend in de indienronde van artikel 14, eerste lid, onderdeel d, dienen in de planning op te nemen dat ze uiterlijk op voormelde datum zijn afgerond.
2. De aanvraag betreft een ontwikkeltraject, waarin leren en verbeteren centraal staat, dat achtereenvolgens ten minste twee van de volgende fasen doorloopt: ontwerp, uitvoering, evaluatie, doorontwikkeling en borging.
3. De aanvrager kan subsidie aanvragen voor een artistiek inhoudelijke activiteit, die invulling geeft aan het doel van deze regeling.
4. De activiteiten en opeenvolgende fasen van het ontwikkeltraject kunnen worden gespreid over maximaal twee opeenvolgende aanvragen per aanvrager.
5. De activiteiten hebben per aanvraag een maximale looptijd van 24 maanden en starten uiterlijk binnen negen maanden na indiening van de subsidieaanvraag. Vorenstaande geldt niet voor de activiteiten die worden ingediend in de indienronde van artikel 14, eerste lid, onderdeel d. Voor die activiteiten geldt de maximale einddatum van het zevende lid.
6. De activiteiten starten niet eerder dan na subsidieverlening van de aanvraag.
7. De activiteiten eindigen uiterlijk op 31 december 2025. Aanvragen die worden ingediend in de indienronde van artikel 14, eerste lid, onderdeel d, dienen in de planning op te nemen dat ze uiterlijk op voormelde datum zijn afgerond.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043615
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl