BWBR0043531
Geldig vanaf 2020-05-16
Artikel 8
Regeling specifieke uitkering aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling
1. De regionaal projectleider informeert het programmateam in voortgangsgesprekken over de voortgang van de activiteiten en de besteding van de specifieke uitkering.
2. Op verzoek van het programmateam geeft de ontvanger van de uitkering een schriftelijke toelichting op de voortgang van de activiteiten.
3. De ontvanger van de specifieke uitkering meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien:
a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, of
b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan.
4. De activiteiten worden voor 1 januari 2023 verricht.
2. Op verzoek van het programmateam geeft de ontvanger van de uitkering een schriftelijke toelichting op de voortgang van de activiteiten.
3. De ontvanger van de specifieke uitkering meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien:
a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, of
b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan.
4. De activiteiten worden voor 1 januari 2023 verricht.