BWBR0043531
Geldig vanaf 2020-05-16
Artikel 1
Regeling specifieke uitkering aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling
In deze regeling wordt verstaan onder:
– beoordelaars: medewerkers van het programmateam Geweld hoort nergens thuis;
– centrumgemeente: de gemeente die mede namens andere gemeenten in zijn regio een aanvraag indient, genoemd in bijlage I;
– huiselijk geweld: huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
– integrale sturing: het op bestuurlijk niveau integraal behandelen van verschillende thema’s die samenhangen met de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in een regio;
– kindermishandeling: kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
– MDA++: multidisciplinaire aanpak van complexe vormen van kindermishandeling, huiselijk en seksueel geweld;
– meldcode: meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
– minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– ouderenmishandeling: lichamelijke of psychische mishandeling van een persoon van 65 jaar of ouder, inclusief verwaarlozing, financiële uitbuiting en seksueel misbruik;
– programma Geweld hoort nergens thuis: programma voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de periode 2018–2021 als bedoeld in Kamerstukken II 2017/18, 28 345, nr. 185;
– programmateam: het team dat de doelstellingen van het programma Geweld hoort nergens thuis ondersteunt en daaraan uitvoering geeft;
– regio: een regio waarin gemeenten samenwerken op grond van de indeling opgenomen in Bijlage I, zoals gehanteerd door het programma Geweld hoort nergens thuis;
– regionaal projectleider: de persoon die door de samenwerkende gemeenten in een regio is aangesteld als regionaal projectleider van het programma Geweld hoort nergens thuis;
– visie gefaseerde ketenzorg: de visie zoals beschreven in het landelijk visiedocument ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg’ van GGD GHOR Nederland mei 2016.
– beoordelaars: medewerkers van het programmateam Geweld hoort nergens thuis;
– centrumgemeente: de gemeente die mede namens andere gemeenten in zijn regio een aanvraag indient, genoemd in bijlage I;
– huiselijk geweld: huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
– integrale sturing: het op bestuurlijk niveau integraal behandelen van verschillende thema’s die samenhangen met de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in een regio;
– kindermishandeling: kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
– MDA++: multidisciplinaire aanpak van complexe vormen van kindermishandeling, huiselijk en seksueel geweld;
– meldcode: meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
– minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– ouderenmishandeling: lichamelijke of psychische mishandeling van een persoon van 65 jaar of ouder, inclusief verwaarlozing, financiële uitbuiting en seksueel misbruik;
– programma Geweld hoort nergens thuis: programma voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de periode 2018–2021 als bedoeld in Kamerstukken II 2017/18, 28 345, nr. 185;
– programmateam: het team dat de doelstellingen van het programma Geweld hoort nergens thuis ondersteunt en daaraan uitvoering geeft;
– regio: een regio waarin gemeenten samenwerken op grond van de indeling opgenomen in Bijlage I, zoals gehanteerd door het programma Geweld hoort nergens thuis;
– regionaal projectleider: de persoon die door de samenwerkende gemeenten in een regio is aangesteld als regionaal projectleider van het programma Geweld hoort nergens thuis;
– visie gefaseerde ketenzorg: de visie zoals beschreven in het landelijk visiedocument ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg’ van GGD GHOR Nederland mei 2016.