BWBR0043518
Geldig vanaf 2020-05-13
Artikel 16
Mandaatbesluit Directoraat-Generaal Belastingdienst 2020
Met inachtneming van hetgeen is bepaald in voorgaande artikelen en in hoofdstuk 4 van het mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020zijn de directeuren van de topstructuur DGBD bevoegd om ten aanzien van het tot het eigen organisatieonderdeel behorende personeel namens de Staat der Nederlanden de in het eerste tot en met achtste onderdeel en tiende tot en met dertiende onderdeel genoemde handelingen en beslissingen te verrichten of te nemen en ten aanzien van het tot het DGBD behorende personeel namens de Staat der Nederlanden en de in het negende onderdeel genoemde rechtspositionele handeling te verrichten.
1. Het openstellen van een vacature op grond van het besluit Werving en Selectie;
2. Het wijzigen van een salarisschaal zonder wijziging van de functie met instemming van de medewerker;
3. Het beslissen tot opleggen van straffen (conform CAO Rijk), met uitzondering van de wettelijke mogelijkheden het dienstverband te beëindigen, aan functionarissen tot en met schaal 14 voor zover het geen leidinggevende functionarissen betreft;
4. Toekennen van buitengewoon verlof van lange duur;
5. Het opmaken en bespreken van de personeelsbeoordeling en het indien wenselijk aanwijzen van informanten en adviseurs ten aanzien van de direct onder de directeur ressorterend personeel;
6. Het toekennen van een beloning dan wel non-activiteitswedde in verband met het vervullen van een openbare functie;
7. Tijdelijke ontheffing uit de functie in verband met het bekleden van een functie in een publiekrechtelijk college;
8. Het toestaan of afwijzen van de door de ambtenaar opgegeven nevenwerkzaamheden op grond van de integriteitsbepalingen opgenomen in de Ambtenarenwet 2017;
9. Het afnemen van de eed of de belofte, tenzij dit verband houdt met een tijdelijke arbeidsovereenkomst;
10. Over het toekennen van studiefaciliteiten ten aanzien van werknemers met salarisschaal 15 of hoger, of vanaf een bedrag van € 5.000,–;
11. Uitvoering geven aan een sociale dan wel medische indicatie;
12. Het beslissen over verzoeken om het starten van of verweren in een gerechtelijke procedure, voor zover die betrekking hebben op handelingen of beslissingen waarbij een werknemer als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig belanghebbende is; en
13. De bevoegdheden opgenomen in artikelen 19, 20 en 21 worden uitgeoefend door de directeuren van de topstructuur DGBD voor zover het handelingen en beslissingen betreft aangaande de direct onder hen ressorterende leidinggevenden.
1. Het openstellen van een vacature op grond van het besluit Werving en Selectie;
2. Het wijzigen van een salarisschaal zonder wijziging van de functie met instemming van de medewerker;
3. Het beslissen tot opleggen van straffen (conform CAO Rijk), met uitzondering van de wettelijke mogelijkheden het dienstverband te beëindigen, aan functionarissen tot en met schaal 14 voor zover het geen leidinggevende functionarissen betreft;
4. Toekennen van buitengewoon verlof van lange duur;
5. Het opmaken en bespreken van de personeelsbeoordeling en het indien wenselijk aanwijzen van informanten en adviseurs ten aanzien van de direct onder de directeur ressorterend personeel;
6. Het toekennen van een beloning dan wel non-activiteitswedde in verband met het vervullen van een openbare functie;
7. Tijdelijke ontheffing uit de functie in verband met het bekleden van een functie in een publiekrechtelijk college;
8. Het toestaan of afwijzen van de door de ambtenaar opgegeven nevenwerkzaamheden op grond van de integriteitsbepalingen opgenomen in de Ambtenarenwet 2017;
9. Het afnemen van de eed of de belofte, tenzij dit verband houdt met een tijdelijke arbeidsovereenkomst;
10. Over het toekennen van studiefaciliteiten ten aanzien van werknemers met salarisschaal 15 of hoger, of vanaf een bedrag van € 5.000,–;
11. Uitvoering geven aan een sociale dan wel medische indicatie;
12. Het beslissen over verzoeken om het starten van of verweren in een gerechtelijke procedure, voor zover die betrekking hebben op handelingen of beslissingen waarbij een werknemer als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig belanghebbende is; en
13. De bevoegdheden opgenomen in artikelen 19, 20 en 21 worden uitgeoefend door de directeuren van de topstructuur DGBD voor zover het handelingen en beslissingen betreft aangaande de direct onder hen ressorterende leidinggevenden.