BWBR0043470
Geldig vanaf 2021-05-26
Artikel 4
Besluit medische hulpmiddelen
Herverwerking van een medisch hulpmiddel voor eenmalig gebruik is verboden, indien:
a. het medische hulpmiddel in aanraking is gekomen met één of meer van de volgende weefsels: 1. hersenen;
2. ruggengraat;
3. netvlies;
4. oogzenuw;
5. ruggenmergszenuwknoop;
6. ganglion van Gasser;
7. hypofyse;
8. harde hersenvlies.
1. hersenen;
2. ruggengraat;
3. netvlies;
4. oogzenuw;
5. ruggenmergszenuwknoop;
6. ganglion van Gasser;
7. hypofyse;
8. harde hersenvlies.
b. het medische hulpmiddel bij ingrepen is toegepast bij een patiënt die een variant van of de ziekte van Creutzfeldt-Jakob heeft;
c. het medische hulpmiddel bij ingrepen is toegepast bij een patiënt met een onverklaard neurologisch lijden, dat ten minste twee van de volgende ziekteverschijnselen omvat: 1. progressieve dementie;
2. myoclonieën;
3. ataxie.
1. progressieve dementie;
2. myoclonieën;
3. ataxie.
d. het oorspronkelijke medische hulpmiddel reeds is herverwerkt door een andere organisatie of via een ander proces.
a. het medische hulpmiddel in aanraking is gekomen met één of meer van de volgende weefsels: 1. hersenen;
2. ruggengraat;
3. netvlies;
4. oogzenuw;
5. ruggenmergszenuwknoop;
6. ganglion van Gasser;
7. hypofyse;
8. harde hersenvlies.
1. hersenen;
2. ruggengraat;
3. netvlies;
4. oogzenuw;
5. ruggenmergszenuwknoop;
6. ganglion van Gasser;
7. hypofyse;
8. harde hersenvlies.
b. het medische hulpmiddel bij ingrepen is toegepast bij een patiënt die een variant van of de ziekte van Creutzfeldt-Jakob heeft;
c. het medische hulpmiddel bij ingrepen is toegepast bij een patiënt met een onverklaard neurologisch lijden, dat ten minste twee van de volgende ziekteverschijnselen omvat: 1. progressieve dementie;
2. myoclonieën;
3. ataxie.
1. progressieve dementie;
2. myoclonieën;
3. ataxie.
d. het oorspronkelijke medische hulpmiddel reeds is herverwerkt door een andere organisatie of via een ander proces.