BWBR0043425
Geldig vanaf 2020-04-25
Artikel 7
Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan eenmalig in de artikelen 2, eerste lid, 3, 5en 9, tweede lid, «1 september 2020» worden vervangen door «1 oktober 2020», «1 november 2020» of «1 december 2020».
2. Indien uitvoering is gegeven aan het eerste lid:
a. kunnen huurovereenkomsten die overeenkomstig de artikelen 2, 3, 4 of 5 zijn verlengd, nogmaals worden verlengd overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 4 en
b. is in afwijking van artikel 1 deze wet voorts van toepassing op huurovereenkomsten als bedoeld in artikel 271, eerste lid, tweede zin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de bepaalde tijd verstrijkt na 30 juni 2020 en niet later dan twee maanden vóór de overeenkomstig het eerste lid bepaalde vervaldatum van deze wet.
2. Indien uitvoering is gegeven aan het eerste lid:
a. kunnen huurovereenkomsten die overeenkomstig de artikelen 2, 3, 4 of 5 zijn verlengd, nogmaals worden verlengd overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 4 en
b. is in afwijking van artikel 1 deze wet voorts van toepassing op huurovereenkomsten als bedoeld in artikel 271, eerste lid, tweede zin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de bepaalde tijd verstrijkt na 30 juni 2020 en niet later dan twee maanden vóór de overeenkomstig het eerste lid bepaalde vervaldatum van deze wet.