BWBR0043425
Geldig vanaf 2020-04-25
Artikel 2
Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten
1. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/271" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 271, eerste lid, tweede, derde en vijfde volzin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>wordt, onverminderd de artikelen 4en 5, de duur van de huurovereenkomst op schriftelijk verzoek van de huurder verlengd met een maand, met twee maanden of met drie maanden doch niet tot een later datum dan 1 november 2020.
2. Het verzoek wordt gedaan niet later dan een week nadat de verhuurder de huurder schriftelijk heeft geïnformeerd over de dag waarop de huur verstrijkt en heeft voldaan aan de verplichting om te informeren, bedoeld in artikel 6, eerste lid.
2. Het verzoek wordt gedaan niet later dan een week nadat de verhuurder de huurder schriftelijk heeft geïnformeerd over de dag waarop de huur verstrijkt en heeft voldaan aan de verplichting om te informeren, bedoeld in artikel 6, eerste lid.