BWBR0043393
Geldig vanaf 2020-05-01
Artikel 10
Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020
1. Indien de detectie wordt bewerkstelligd door middel van laagfrequente spoorstroomlopen 75 Hz, wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. ten aanzien van de stoorstroomcompatibiliteit: de eisen, genoemd in bijlage 5; en
b. ten aanzien van de detectiekwaliteit, gebaseerd op het puntenmodel of de gemeten kortsluitwaarden: de eisen, genoemd in bijlage 6.
2. Indien de detectie wordt bewerkstelligd door middel van toonfrequente spoorstroomlopen, wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. ten aanzien van de AC-stoorstroomcomponent in de lijnstroom: de eisen, voor dit artikel genoemd in bijlage 1, index 5.1; en
b. ten aanzien van de detectiekwaliteit, gebaseerd op het puntenmodel of de gemeten kortsluitwaarden: de eisen, genoemd in bijlage 6.
3. Indien de detectie wordt bewerkstelligd door middel van assentellers, voldoen magnetische velden veroorzaakt door het spoorvoertuig dan wel door eventuele retourstroom, aan de eisen, genoemd in bijlage 7.
a. ten aanzien van de stoorstroomcompatibiliteit: de eisen, genoemd in bijlage 5; en
b. ten aanzien van de detectiekwaliteit, gebaseerd op het puntenmodel of de gemeten kortsluitwaarden: de eisen, genoemd in bijlage 6.
2. Indien de detectie wordt bewerkstelligd door middel van toonfrequente spoorstroomlopen, wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. ten aanzien van de AC-stoorstroomcomponent in de lijnstroom: de eisen, voor dit artikel genoemd in bijlage 1, index 5.1; en
b. ten aanzien van de detectiekwaliteit, gebaseerd op het puntenmodel of de gemeten kortsluitwaarden: de eisen, genoemd in bijlage 6.
3. Indien de detectie wordt bewerkstelligd door middel van assentellers, voldoen magnetische velden veroorzaakt door het spoorvoertuig dan wel door eventuele retourstroom, aan de eisen, genoemd in bijlage 7.