BWBR0043386
Geldig vanaf 2020-04-17
Artikel 4.7
Regeling subsidies aardbevingsbestendige zorg
1. De aanvraag tot vaststelling wordt uiterlijk 22 weken na oplevering van de beoogde nieuwbouw ingediend.
2. Indien de beoogde nieuwbouw niet is gerealiseerd wordt de aanvraag tot vaststelling ingediend binnen 22 weken na afloop van het boekjaar waarin de nieuwbouw, op grond van de aanvraag, gerealiseerd zou worden.
3. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat, in aanvulling op artikel 7.5 van de Kaderregeling, vergezeld van een opleveringsverslag waaruit blijkt dat de nieuwbouw conform het Definitief ontwerp is opgeleverd en dat getekend is door zowel de opdrachtnemer als de opdrachtgever van de nieuwbouw.
4. De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag dat bestaat uit:
a) de normbedragen voor de gerealiseerde plaatsen, bedoeld in artikel 4.3, derde tot en met vijfde lid, waarbij uitgegaan wordt van het normbedrag in het jaar van de aanvraag tot verlening; en
b) de verleende subsidie voor verhoogde bouwkosten, bedoeld in artikel 4.3a.
5. In afwijking van het vierde lid wordt het subsidiebedrag voor verhoogde bouwkosten, op het moment dat niet alle te realiseren plaatsen zijn gerealiseerd, lager vastgesteld naar rato van het aantal plaatsen dat niet gerealiseerd is en het bijbehorende normbedrag.
6. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
2. Indien de beoogde nieuwbouw niet is gerealiseerd wordt de aanvraag tot vaststelling ingediend binnen 22 weken na afloop van het boekjaar waarin de nieuwbouw, op grond van de aanvraag, gerealiseerd zou worden.
3. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat, in aanvulling op artikel 7.5 van de Kaderregeling, vergezeld van een opleveringsverslag waaruit blijkt dat de nieuwbouw conform het Definitief ontwerp is opgeleverd en dat getekend is door zowel de opdrachtnemer als de opdrachtgever van de nieuwbouw.
4. De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag dat bestaat uit:
a) de normbedragen voor de gerealiseerde plaatsen, bedoeld in artikel 4.3, derde tot en met vijfde lid, waarbij uitgegaan wordt van het normbedrag in het jaar van de aanvraag tot verlening; en
b) de verleende subsidie voor verhoogde bouwkosten, bedoeld in artikel 4.3a.
5. In afwijking van het vierde lid wordt het subsidiebedrag voor verhoogde bouwkosten, op het moment dat niet alle te realiseren plaatsen zijn gerealiseerd, lager vastgesteld naar rato van het aantal plaatsen dat niet gerealiseerd is en het bijbehorende normbedrag.
6. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.