BWBR0043386
Geldig vanaf 2020-04-17
Artikel 4.3a
Regeling subsidies aardbevingsbestendige zorg
1. De minister kan besluiten het subsidiebedrag, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, te verhogen in verband met gestegen bouwkosten.
2. De verhoging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste het op basis van het in het derde lid berekende percentage van het op basis van het vierde lid berekende bedrag van de totale bouwkosten.
3. Het percentage wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
(H – J)/(H / J)
waarbij H staat voor:
de inputprijsindex bouwkosten uit de CBS tabel bouwkosten nieuwbouwwoningen die werd gehanteerd in de maand van de prijsvorming
en waarbij J wordt gesteld op:
103,3 bij prijsvorming in het jaar 2023;
105,9 bij prijsvorming in het jaar 2024;
108,5 bij prijsvorming in het jaar 2025.
4. Indien het jaar van de prijsvorming eerder is dan het jaar van de subsidieaanvraag, wordt het percentage, bedoeld in het derde lid, verlaagd met 2,5%.
5. Het bedrag van de totale bouwkosten wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
(C+D) x 2,83 x 0,9
waarbij wordt verstaan onder:
C: de reeds aan de instelling verleende subsidie op grond van hoofdstuk 2van deze regeling.
D: het bedrag van de subsidie voor het realiseren van nieuwbouw door de aanvrager, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid.
6. Het subsidieplafond voor de verhoging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 25.000.000 voor de looptijd van deze regeling.
7. De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
2. De verhoging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste het op basis van het in het derde lid berekende percentage van het op basis van het vierde lid berekende bedrag van de totale bouwkosten.
3. Het percentage wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
(H – J)/(H / J)
waarbij H staat voor:
de inputprijsindex bouwkosten uit de CBS tabel bouwkosten nieuwbouwwoningen die werd gehanteerd in de maand van de prijsvorming
en waarbij J wordt gesteld op:
103,3 bij prijsvorming in het jaar 2023;
105,9 bij prijsvorming in het jaar 2024;
108,5 bij prijsvorming in het jaar 2025.
4. Indien het jaar van de prijsvorming eerder is dan het jaar van de subsidieaanvraag, wordt het percentage, bedoeld in het derde lid, verlaagd met 2,5%.
5. Het bedrag van de totale bouwkosten wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
(C+D) x 2,83 x 0,9
waarbij wordt verstaan onder:
C: de reeds aan de instelling verleende subsidie op grond van hoofdstuk 2van deze regeling.
D: het bedrag van de subsidie voor het realiseren van nieuwbouw door de aanvrager, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid.
6. Het subsidieplafond voor de verhoging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 25.000.000 voor de looptijd van deze regeling.
7. De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.