BWBR0043380
Geldig vanaf 2020-04-15
Artikel 2
Tijdelijke ontheffing bevoegdverklaringen voor luchtvarenden in verband met uitbraak COVID-19 2020
1. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat verleent vanwege de uitbraak van het virus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt ontheffing van:
a. artikel 4, tweede lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart, voor zover het betreft de RFI en de FI(FB);
b. artikel 33 van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, voor zover het betreft de genoemde termijnen uitgedrukt in jaren en maanden;
c. artikel 35 van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, voor zover het betreft de genoemde termijnen uitgedrukt in jaren en maanden.
2. De geldigheidsduur als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheiden de genoemde termijnen uitgedrukt in jaren en maanden in de artikelen 33en 35 van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001worden verlengd met de tijd vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 oktober 2020.
3. Van de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan gebruik worden gemaakt als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de desbetreffende bevoegdverklaring was geldig tot tenminste 31 maart 2020;
b. er is een briefing gekregen van een instructeur met de relevante instructiebevoegdheid over de theoretische kennis inclusief abnormale omstandigheden en noodprocedures noodzakelijk voor een veilige vluchtuitvoering op het betreffende type of klasse en deze is succesvol afgerond. Na verlening van de ontheffing past de examinator het bewijs van bevoegdheid overeenkomstig de ontheffing aan door de betreffende bevoegdverklaring op het bewijs van bevoegdheid te verlengen in overeenstemming met artikel 2 van de Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004.
a. artikel 4, tweede lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart, voor zover het betreft de RFI en de FI(FB);
b. artikel 33 van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, voor zover het betreft de genoemde termijnen uitgedrukt in jaren en maanden;
c. artikel 35 van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, voor zover het betreft de genoemde termijnen uitgedrukt in jaren en maanden.
2. De geldigheidsduur als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheiden de genoemde termijnen uitgedrukt in jaren en maanden in de artikelen 33en 35 van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001worden verlengd met de tijd vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 oktober 2020.
3. Van de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan gebruik worden gemaakt als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de desbetreffende bevoegdverklaring was geldig tot tenminste 31 maart 2020;
b. er is een briefing gekregen van een instructeur met de relevante instructiebevoegdheid over de theoretische kennis inclusief abnormale omstandigheden en noodprocedures noodzakelijk voor een veilige vluchtuitvoering op het betreffende type of klasse en deze is succesvol afgerond. Na verlening van de ontheffing past de examinator het bewijs van bevoegdheid overeenkomstig de ontheffing aan door de betreffende bevoegdverklaring op het bewijs van bevoegdheid te verlengen in overeenstemming met artikel 2 van de Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004.