BWBR0043380
Geldig vanaf 2020-04-15
Artikel 1
Tijdelijke ontheffing bevoegdverklaringen voor luchtvarenden in verband met uitbraak COVID-19 2020
1. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat verleent vanwege de uitbraak van het virus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt ontheffing van de geldigheidsduur van geldende bevoegdheden en van de termijnen, bedoeld in:
a. artikel 4, derde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart;
b. artikel 7, eerste lid, van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001;
c. artikel 31, onderdeel a, van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, voor zover het betreft het genoemde aantal maanden;
d. artikel 39, onderdelen a en b, van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, voor zover het betreft het genoemde aantal maanden;
e. artikel 41, eerste lid, onderdelen b en d, van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, voor zover het betreft het genoemde aantal maanden.
2. De geldigheidsduren van de bevoegdverklaringen, bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart, en genoemd in artikel 7, eerste lid, van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001en de termijnen uitgedrukt in maanden genoemd in artikel 31, onderdeel a, artikel 39, onderdelen a en b, en artikel 41, eerste lid, onderdelen b en d, van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001worden verlengd:
a. met vier maanden voor bevoegdverklaringen met geldigheid tot en met 31 juli;
b. tot en met 30 november voor bevoegdverklaringen met geldigheid tussen 31 juli en 30 november 2020.
3. Van de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan gebruik worden gemaakt als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de desbetreffende bevoegdverklaring was geldig tot tenminste 31 maart 2020;
b. er is een briefing gekregen van een instructeur met de relevante instructiebevoegdheid over de theoretische kennis inclusief abnormale omstandigheden en noodprocedures noodzakelijk voor een veilige vluchtuitvoering op het betreffende type of klasse en deze is succesvol afgerond. Na verlening van de ontheffing past de examinator het bewijs van bevoegdheid overeenkomstig de ontheffing aan door de betreffende bevoegdverklaring op het bewijs van bevoegdheid te verlengen in overeenstemming met artikel 2 van de Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004.
a. artikel 4, derde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart;
b. artikel 7, eerste lid, van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001;
c. artikel 31, onderdeel a, van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, voor zover het betreft het genoemde aantal maanden;
d. artikel 39, onderdelen a en b, van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, voor zover het betreft het genoemde aantal maanden;
e. artikel 41, eerste lid, onderdelen b en d, van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, voor zover het betreft het genoemde aantal maanden.
2. De geldigheidsduren van de bevoegdverklaringen, bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart, en genoemd in artikel 7, eerste lid, van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001en de termijnen uitgedrukt in maanden genoemd in artikel 31, onderdeel a, artikel 39, onderdelen a en b, en artikel 41, eerste lid, onderdelen b en d, van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001worden verlengd:
a. met vier maanden voor bevoegdverklaringen met geldigheid tot en met 31 juli;
b. tot en met 30 november voor bevoegdverklaringen met geldigheid tussen 31 juli en 30 november 2020.
3. Van de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan gebruik worden gemaakt als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de desbetreffende bevoegdverklaring was geldig tot tenminste 31 maart 2020;
b. er is een briefing gekregen van een instructeur met de relevante instructiebevoegdheid over de theoretische kennis inclusief abnormale omstandigheden en noodprocedures noodzakelijk voor een veilige vluchtuitvoering op het betreffende type of klasse en deze is succesvol afgerond. Na verlening van de ontheffing past de examinator het bewijs van bevoegdheid overeenkomstig de ontheffing aan door de betreffende bevoegdverklaring op het bewijs van bevoegdheid te verlengen in overeenstemming met artikel 2 van de Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004.