BWBR0043356
Geldig vanaf 2020-09-18
Artikel 3.6
Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2025
1. De minister beslist uiterlijk op de aanvraag op:
a. 30 november 2020 voor subsidies voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024;
b. 30 november 2024 voor subsidies voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025;
c. 30 april 2025 voor subsidies voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025.
2. De verleende subsidie voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024 wordt in vier gelijke delen als voorschot uitbetaald. In het studiejaar 2020-2021 vindt de betaling uiterlijk plaats in december. Voor de overige studiejaren vindt de betaling steeds plaats in november van het betreffende studiejaar.
3. De verleende subsidie voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 wordt in een keer als voorschot uitbetaald. De betaling vindt uiterlijk plaats in december 2024.
4. De subsidie voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025 kan worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat het voorstel van wet tot Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (Kamerstukken 36 600-VIII) tot wet wordt verheven en in werking treedt. Indien De miinister geen gebruik maakt van deze voorwaarde, wordt de subsidie in één keer als voorschot uitbetaald en vindt de betaling uiterlijk plaats in mei 2025. Indien de minister wel gebruik maakt van deze voorwaarde, wordt de subsidie in één keer als voorschot uitbetaald nadat aan die voorwaarde is voldaan en vindt de betaling zo snel mogelijk daarna plaats.
5. De Minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na ontvangst van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.
a. 30 november 2020 voor subsidies voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024;
b. 30 november 2024 voor subsidies voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025;
c. 30 april 2025 voor subsidies voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025.
2. De verleende subsidie voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024 wordt in vier gelijke delen als voorschot uitbetaald. In het studiejaar 2020-2021 vindt de betaling uiterlijk plaats in december. Voor de overige studiejaren vindt de betaling steeds plaats in november van het betreffende studiejaar.
3. De verleende subsidie voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 wordt in een keer als voorschot uitbetaald. De betaling vindt uiterlijk plaats in december 2024.
4. De subsidie voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025 kan worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat het voorstel van wet tot Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (Kamerstukken 36 600-VIII) tot wet wordt verheven en in werking treedt. Indien De miinister geen gebruik maakt van deze voorwaarde, wordt de subsidie in één keer als voorschot uitbetaald en vindt de betaling uiterlijk plaats in mei 2025. Indien de minister wel gebruik maakt van deze voorwaarde, wordt de subsidie in één keer als voorschot uitbetaald nadat aan die voorwaarde is voldaan en vindt de betaling zo snel mogelijk daarna plaats.
5. De Minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na ontvangst van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.