BWBR0043324
Geldig vanaf 2020-03-31
Artikel 4
Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19
1. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.
2. Een aanvraag omvat in ieder geval:
a. gegevens over de gedupeerde onderneming, waaronder het nummer waarmee de gedupeerde onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer dat op naam van de gedupeerde onderneming staat of, in geval de gedupeerde onderneming een eenmanszaak betreft en deze geen zakelijke rekening heeft, het rekeningnummer van de eigenaar van de eenmanszaak;
b. gegevens over de contactpersoon bij de gedupeerde onderneming, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. een verklaring dat de gedupeerde onderneming geen overheidsbedrijf is;
d. een verklaring de-minimissteun;
e. een verklaring dat de gedupeerde onderneming op het moment van aanvraag voldoet aan de bij deze beleidsregel gestelde eisen;
f. een verklaring waarin de gedupeerde onderneming aangeeft dat de onderneming in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 een omzetverlies verwacht te lijden van ten minste € 4000,–;
g. een verklaring waarin de gedupeerde onderneming aangeeft dat de onderneming in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 verwacht ten minste € 4000,– aan vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19;
h. indien van toepassing: een verklaring dat de gedupeerde onderneming een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang, en een bewijsstuk ter onderbouwing van deze verklaring zoals: 1°. een kopie van een zakelijke huur- of koopovereenkomst van de vestiging; of
2°. een kopie van de belastingaangifte van het jaar 2019 of 2020 waaruit blijkt dat er sprake is van een werkruimte waarvan de vaste lasten en kosten fiscaal aftrekbaar zijn als bedoeld in artikel 3.16, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
1°. een kopie van een zakelijke huur- of koopovereenkomst van de vestiging; of
2°. een kopie van de belastingaangifte van het jaar 2019 of 2020 waaruit blijkt dat er sprake is van een werkruimte waarvan de vaste lasten en kosten fiscaal aftrekbaar zijn als bedoeld in artikel 3.16, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
i. voor zover het een gedupeerde onderneming met geregistreerde nevenactiviteit betreft: een verklaring dat het te verwachten omzetverlies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en de te verwachten vaste lasten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, uitsluitend betrekking hebben op zijn nevenactiviteit die in bijlage 1 is opgenomen;
j. voor zover het een gedupeerde onderneming in de toeleveringsketen betreft: een verklaring dat de onderneming het omzetverlies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, verwacht te lijden doordat de onderneming voor minimaal zeventig procent van zijn omzet afhankelijk is van: 1°. direct gedupeerde ondernemingen; of
2°. activiteiten die als gevolg van de overheidsmaatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 verboden zijn of ontraden worden; en
1°. direct gedupeerde ondernemingen; of
2°. activiteiten die als gevolg van de overheidsmaatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 verboden zijn of ontraden worden; en
k. voor zover het een gedupeerde zorgonderneming betreft: een verklaring dat de onderneming verwacht, ook na aftrek van de tegemoetkoming van zorginkopers ter compensatie van het omzetverlies als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van COVID-19, het omzetverlies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, te lijden en de vaste lasten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, te hebben;
l. voor zover het een gedupeerde onderneming met een dorpshuis, gemeenschapshuis of wijkcentrum betreft: een verklaring dat het te verwachten omzetverlies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en de te verwachten vaste lasten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, uitsluitend betrekking hebben op zijn horeca activiteiten of zijn activiteiten met betrekking tot zaalverhuur;
m. voor zover het een gedupeerde vervaardigende onderneming met een retailwinkel betreft: een verklaring dat het te verwachten omzetverlies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en de te verwachten vaste lasten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, uitsluitend betrekking hebben op zijn activiteiten met betrekking tot de retailwinkel.
3. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 27 maart 2020 tot en met 26 juni 2020.
2. Een aanvraag omvat in ieder geval:
a. gegevens over de gedupeerde onderneming, waaronder het nummer waarmee de gedupeerde onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer dat op naam van de gedupeerde onderneming staat of, in geval de gedupeerde onderneming een eenmanszaak betreft en deze geen zakelijke rekening heeft, het rekeningnummer van de eigenaar van de eenmanszaak;
b. gegevens over de contactpersoon bij de gedupeerde onderneming, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. een verklaring dat de gedupeerde onderneming geen overheidsbedrijf is;
d. een verklaring de-minimissteun;
e. een verklaring dat de gedupeerde onderneming op het moment van aanvraag voldoet aan de bij deze beleidsregel gestelde eisen;
f. een verklaring waarin de gedupeerde onderneming aangeeft dat de onderneming in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 een omzetverlies verwacht te lijden van ten minste € 4000,–;
g. een verklaring waarin de gedupeerde onderneming aangeeft dat de onderneming in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 verwacht ten minste € 4000,– aan vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19;
h. indien van toepassing: een verklaring dat de gedupeerde onderneming een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang, en een bewijsstuk ter onderbouwing van deze verklaring zoals: 1°. een kopie van een zakelijke huur- of koopovereenkomst van de vestiging; of
2°. een kopie van de belastingaangifte van het jaar 2019 of 2020 waaruit blijkt dat er sprake is van een werkruimte waarvan de vaste lasten en kosten fiscaal aftrekbaar zijn als bedoeld in artikel 3.16, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
1°. een kopie van een zakelijke huur- of koopovereenkomst van de vestiging; of
2°. een kopie van de belastingaangifte van het jaar 2019 of 2020 waaruit blijkt dat er sprake is van een werkruimte waarvan de vaste lasten en kosten fiscaal aftrekbaar zijn als bedoeld in artikel 3.16, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
i. voor zover het een gedupeerde onderneming met geregistreerde nevenactiviteit betreft: een verklaring dat het te verwachten omzetverlies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en de te verwachten vaste lasten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, uitsluitend betrekking hebben op zijn nevenactiviteit die in bijlage 1 is opgenomen;
j. voor zover het een gedupeerde onderneming in de toeleveringsketen betreft: een verklaring dat de onderneming het omzetverlies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, verwacht te lijden doordat de onderneming voor minimaal zeventig procent van zijn omzet afhankelijk is van: 1°. direct gedupeerde ondernemingen; of
2°. activiteiten die als gevolg van de overheidsmaatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 verboden zijn of ontraden worden; en
1°. direct gedupeerde ondernemingen; of
2°. activiteiten die als gevolg van de overheidsmaatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 verboden zijn of ontraden worden; en
k. voor zover het een gedupeerde zorgonderneming betreft: een verklaring dat de onderneming verwacht, ook na aftrek van de tegemoetkoming van zorginkopers ter compensatie van het omzetverlies als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van COVID-19, het omzetverlies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, te lijden en de vaste lasten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, te hebben;
l. voor zover het een gedupeerde onderneming met een dorpshuis, gemeenschapshuis of wijkcentrum betreft: een verklaring dat het te verwachten omzetverlies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en de te verwachten vaste lasten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, uitsluitend betrekking hebben op zijn horeca activiteiten of zijn activiteiten met betrekking tot zaalverhuur;
m. voor zover het een gedupeerde vervaardigende onderneming met een retailwinkel betreft: een verklaring dat het te verwachten omzetverlies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en de te verwachten vaste lasten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, uitsluitend betrekking hebben op zijn activiteiten met betrekking tot de retailwinkel.
3. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 27 maart 2020 tot en met 26 juni 2020.