BWBR0043307
Geldig vanaf 2020-05-01
Artikel 11
Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen
De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor zover:
a. de activiteiten zullen worden verricht in huurwoningen of woningen die onderdeel uitmaken van een gebouw of gebouwen waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht en waarin zich ten minste één huurwoning bevindt die niet zijn gelegen in Nederland;
b. de activiteiten zullen worden verricht in huurwoningen of woningen die onderdeel uitmaken van een gebouw of gebouwen waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht en waarin zich ten minste één huurwoning bevindt die zijn gebouwd op grond van een omgevingsvergunning die is aangevraagd op of na 1 juli 2018 en die niet zijn gelegen in een door college van burgemeester en wethouders aangewezen gebied als bedoeld artikel 10, zevende lid, onder a, van de Gaswet;
c. de verhuurder die de aanvraag heeft ingediend of een verhuurder die onderdeel uitmaakt van de vereniging van eigenaars die de aanvraag heeft ingediend een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
d. een bedrag aan subsidie verstrekt zou worden aan een verhuurder dat hoger is dan geoorloofd is op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
e. de aanvraag wordt gedaan ten behoeve van woningen waarvoor reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling.
a. de activiteiten zullen worden verricht in huurwoningen of woningen die onderdeel uitmaken van een gebouw of gebouwen waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht en waarin zich ten minste één huurwoning bevindt die niet zijn gelegen in Nederland;
b. de activiteiten zullen worden verricht in huurwoningen of woningen die onderdeel uitmaken van een gebouw of gebouwen waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht en waarin zich ten minste één huurwoning bevindt die zijn gebouwd op grond van een omgevingsvergunning die is aangevraagd op of na 1 juli 2018 en die niet zijn gelegen in een door college van burgemeester en wethouders aangewezen gebied als bedoeld artikel 10, zevende lid, onder a, van de Gaswet;
c. de verhuurder die de aanvraag heeft ingediend of een verhuurder die onderdeel uitmaakt van de vereniging van eigenaars die de aanvraag heeft ingediend een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
d. een bedrag aan subsidie verstrekt zou worden aan een verhuurder dat hoger is dan geoorloofd is op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
e. de aanvraag wordt gedaan ten behoeve van woningen waarvoor reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling.