BWBR0043288
Geldig vanaf 2020-03-19
Artikel 12
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Rijksschoonmaakorganisatie 2019
1. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door de afdelingsmanager Operatie.
2. Bij gelijktijdig afwezigheid of verhindering van de directeur en de afdelingsmanager Operatie, worden voor de duur van de afwezigheid of verhindering, de taken en bevoegdheden van de directeur waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.
3. Bij afwezigheid of verhindering van de afdelingsmanager Operatie worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden als afdelingsmanager Operatie waargenomen door de manager Servicecentrum Organisatie.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de afdelingsmanager Bedrijfsvoering worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden als afdelingsmanager Bedrijfsvoering waargenomen door de manager Human Resources.
5. Bij afwezigheid of verhindering van de manager Human Resources worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden als manager Human Resources waargenomen door de manager Human Resources Ondersteuning.
6. Bij afwezigheid of verhindering van een dienstverleningsmanager worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk waargenomen door een of meer aan te wijzen dienstverleningsmanagers.
2. Bij gelijktijdig afwezigheid of verhindering van de directeur en de afdelingsmanager Operatie, worden voor de duur van de afwezigheid of verhindering, de taken en bevoegdheden van de directeur waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.
3. Bij afwezigheid of verhindering van de afdelingsmanager Operatie worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden als afdelingsmanager Operatie waargenomen door de manager Servicecentrum Organisatie.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de afdelingsmanager Bedrijfsvoering worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden als afdelingsmanager Bedrijfsvoering waargenomen door de manager Human Resources.
5. Bij afwezigheid of verhindering van de manager Human Resources worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden als manager Human Resources waargenomen door de manager Human Resources Ondersteuning.
6. Bij afwezigheid of verhindering van een dienstverleningsmanager worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk waargenomen door een of meer aan te wijzen dienstverleningsmanagers.