BWBR0043194
Geldig vanaf 2020-02-20
Artikel 22
Plantgezondheidswet
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, van het bepaalde bij of krachtens verordening 2016/2031en het bepaalde bij of krachtens verordening 2017/625met betrekking tot beschermende maatregelen tegen schadelijke organismen bij planten zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren, alsmede de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen, werkzaam bij een controle-instelling of een keuringsinstelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002755/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Landbouwkwaliteitswet</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0018040/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005</a>.
2. De door Onze Minister aangewezen ambtenaren en personen verstrekken elkaar ter uitvoering van hun taak uit eigen beweging of desgevraagd onderling de voor de uitvoering van hun taak noodzakelijke inlichtingen en gegevens.
2. De door Onze Minister aangewezen ambtenaren en personen verstrekken elkaar ter uitvoering van hun taak uit eigen beweging of desgevraagd onderling de voor de uitvoering van hun taak noodzakelijke inlichtingen en gegevens.