BWBR0043194
Geldig vanaf 2020-02-20
Artikel 2
Plantgezondheidswet
1. Onze Minister wordt aangewezen als bevoegde autoriteit, bedoeld in:
a. artikel 2, zesde lid, van verordening 2016/2031;
b. artikel 3, derde lid, onderdeel a, van verordening 2017/625 voor zover het betreft het gebied, genoemd in artikel 1, tweede lid, onderdeel g, van verordening 2017/625.
2. Onze Minister wordt aangewezen als de coördinerende instantie, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van verordening 2017/625.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden één of meer bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van verordening 2016/2031en artikel 3, derde lid, onderdeel b, van verordening 2017/625aangewezen voor artikelen van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen betreffende beschermende maatregelen tegen schadelijke organismen bij planten.
a. artikel 2, zesde lid, van verordening 2016/2031;
b. artikel 3, derde lid, onderdeel a, van verordening 2017/625 voor zover het betreft het gebied, genoemd in artikel 1, tweede lid, onderdeel g, van verordening 2017/625.
2. Onze Minister wordt aangewezen als de coördinerende instantie, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van verordening 2017/625.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden één of meer bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van verordening 2016/2031en artikel 3, derde lid, onderdeel b, van verordening 2017/625aangewezen voor artikelen van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen betreffende beschermende maatregelen tegen schadelijke organismen bij planten.