BWBR0043193
Geldig vanaf 2020-03-01
Artikel 9
Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE
1. De werknemer verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen bij de indiening van de aanvraag om een voorschot in ieder geval de bewijsstukken die noodzakelijk zijn om vast te stellen dat:
a. hij voorafgaand aan de inwerkingtreding van de regeling is gediagnosticeerd met de aandoening CSE; of
b. uiterlijk op 1 september 2020 voor hem een verzoek voor een diagnose is ingediend bij het Solvent Team en dit later heeft geleid tot de diagnose CSE door het Solvent Team.
2. In verband met de voorwaarde dat aannemelijk wordt gemaakt dat de aandoening CSE is veroorzaakt door blootstelling aan oplosmiddelen tijdens het verrichten van arbeid als werknemer verstrekt de werknemer de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen bij de indiening van de aanvraag om een voorschot de inlichtingen en zo mogelijk bewijsstukken omtrent:
a. de blootstelling aan oplosmiddelen gedurende het verrichten van arbeid als werknemer;
b. de periode gedurende welke die blootstelling aan oplosmiddelen heeft plaatsgevonden; en
c. degenen die in verband met de arbeid waarbij die blootstelling aan oplosmiddelen heeft plaatsgevonden als werkgever worden aangemerkt.
3. De werknemer verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen op verzoek of uit eigen beweging de overige inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van deze regeling en verleent ook overigens de medewerking die redelijkerwijs nodig is.
4. Indien de aanvraag om het voorschot van een werknemer na diens overlijden wordt voortgezet ten behoeve van de nabestaanden, is dit artikel op hen van overeenkomstige toepassing.
a. hij voorafgaand aan de inwerkingtreding van de regeling is gediagnosticeerd met de aandoening CSE; of
b. uiterlijk op 1 september 2020 voor hem een verzoek voor een diagnose is ingediend bij het Solvent Team en dit later heeft geleid tot de diagnose CSE door het Solvent Team.
2. In verband met de voorwaarde dat aannemelijk wordt gemaakt dat de aandoening CSE is veroorzaakt door blootstelling aan oplosmiddelen tijdens het verrichten van arbeid als werknemer verstrekt de werknemer de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen bij de indiening van de aanvraag om een voorschot de inlichtingen en zo mogelijk bewijsstukken omtrent:
a. de blootstelling aan oplosmiddelen gedurende het verrichten van arbeid als werknemer;
b. de periode gedurende welke die blootstelling aan oplosmiddelen heeft plaatsgevonden; en
c. degenen die in verband met de arbeid waarbij die blootstelling aan oplosmiddelen heeft plaatsgevonden als werkgever worden aangemerkt.
3. De werknemer verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen op verzoek of uit eigen beweging de overige inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van deze regeling en verleent ook overigens de medewerking die redelijkerwijs nodig is.
4. Indien de aanvraag om het voorschot van een werknemer na diens overlijden wordt voortgezet ten behoeve van de nabestaanden, is dit artikel op hen van overeenkomstige toepassing.