BWBR0043193
Geldig vanaf 2020-03-01
Artikel 3
Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE
1. De werknemer bij wie de aandoening CSE is vastgesteld heeft recht op een voorschot, indien:
a. de aandoening CSE voor 1 maart 2020 is vastgesteld;
b. het CSE-panel heeft geconcludeerd dat de diagnose CSE voldoet aan de richtlijnen uit het artikel 'Chronic solvent-induced encephalopathy: European consensus of neuropsychological characteristics, assessment, and guidelines for diagnostics' zoals gepubliceerd in het tijdschrift NeuroToxicology 33 (2012), p. 710–726;
c. hij aannemelijk heeft gemaakt dat de aandoening CSE is veroorzaakt door de blootstelling aan oplosmiddelen tijdens het verrichten van arbeid als werknemer;
d. hij geen betaling in verband met de aandoening CSE van een of meer werkgevers heeft ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan € 22.839,-, ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet;
e. hij zich verplicht tot medewerking aan bemiddeling door het Instituut Asbestslachtoffers tussen hem en zijn werkgever om de schade vergoed te krijgen en, met inachtneming van onderdeel f, tot medewerking om de schade zo nodig langs gerechtelijke weg vergoed te krijgen;
f. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om: 1°. zo nodig de immateriële schade langs gerechtelijke weg te verhalen;
2°. de immateriële schadevergoeding namens hem van de werkgever te innen, teneinde dit te verrekenen met het verleende voorschot;
1°. zo nodig de immateriële schade langs gerechtelijke weg te verhalen;
2°. de immateriële schadevergoeding namens hem van de werkgever te innen, teneinde dit te verrekenen met het verleende voorschot;
g. hij, indien hij een betaling van de werkgever ontvangt in verband met de aandoening CSE na uitbetaling van het voorschot, het voorschot voor het geheel of, wanneer de betaling lager is dan het verleende voorschot, het voorschot voor dat deel aan de SVB terugbetaalt; en
h. hij aan de SVB onverwijld mededeling doet van ontvangst van de betaling, bedoeld in onderdeel g.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan een werknemer tevens recht hebben op een voorschot, indien ten behoeve van de werknemer uiterlijk op 1 september 2020 een verzoek voor een diagnose is ingediend bij het Solvent Team en dit later leidt tot de diagnose CSE door het Solvent Team.
a. de aandoening CSE voor 1 maart 2020 is vastgesteld;
b. het CSE-panel heeft geconcludeerd dat de diagnose CSE voldoet aan de richtlijnen uit het artikel 'Chronic solvent-induced encephalopathy: European consensus of neuropsychological characteristics, assessment, and guidelines for diagnostics' zoals gepubliceerd in het tijdschrift NeuroToxicology 33 (2012), p. 710–726;
c. hij aannemelijk heeft gemaakt dat de aandoening CSE is veroorzaakt door de blootstelling aan oplosmiddelen tijdens het verrichten van arbeid als werknemer;
d. hij geen betaling in verband met de aandoening CSE van een of meer werkgevers heeft ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan € 22.839,-, ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet;
e. hij zich verplicht tot medewerking aan bemiddeling door het Instituut Asbestslachtoffers tussen hem en zijn werkgever om de schade vergoed te krijgen en, met inachtneming van onderdeel f, tot medewerking om de schade zo nodig langs gerechtelijke weg vergoed te krijgen;
f. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om: 1°. zo nodig de immateriële schade langs gerechtelijke weg te verhalen;
2°. de immateriële schadevergoeding namens hem van de werkgever te innen, teneinde dit te verrekenen met het verleende voorschot;
1°. zo nodig de immateriële schade langs gerechtelijke weg te verhalen;
2°. de immateriële schadevergoeding namens hem van de werkgever te innen, teneinde dit te verrekenen met het verleende voorschot;
g. hij, indien hij een betaling van de werkgever ontvangt in verband met de aandoening CSE na uitbetaling van het voorschot, het voorschot voor het geheel of, wanneer de betaling lager is dan het verleende voorschot, het voorschot voor dat deel aan de SVB terugbetaalt; en
h. hij aan de SVB onverwijld mededeling doet van ontvangst van de betaling, bedoeld in onderdeel g.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan een werknemer tevens recht hebben op een voorschot, indien ten behoeve van de werknemer uiterlijk op 1 september 2020 een verzoek voor een diagnose is ingediend bij het Solvent Team en dit later leidt tot de diagnose CSE door het Solvent Team.