BWBR0043026
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 1
Besluit doorverlening mandaat, volmacht en machtiging directoraat-generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2020
1. De aan de directeur-generaal krachtens ondermandaat toegekende bevoegdheden, als omschreven in de artikelen 10, 11en 14 van het Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020, kunnen krachtens het hierbij verleende ondermandaat worden uitgeoefend door:
a. de plaatsvervangend directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;
b. de directeur Rijksvoorlichtingsdienst.
2. De plaatsvervangend directeur-generaal maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die door de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst aan hem zijn toevertrouwd.
3. De directeur Rijksvoorlichtingsdienst maakt van de aan hem verleende bevoegdheden gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal of de plaatsvervangend directeur-generaal zijn toevertrouwd.
a. de plaatsvervangend directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;
b. de directeur Rijksvoorlichtingsdienst.
2. De plaatsvervangend directeur-generaal maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die door de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst aan hem zijn toevertrouwd.
3. De directeur Rijksvoorlichtingsdienst maakt van de aan hem verleende bevoegdheden gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal of de plaatsvervangend directeur-generaal zijn toevertrouwd.