BWBR0043025
Geldig vanaf 01-01-2020
Artikel 5
M&V-besluit Ambtelijke organisatie Tweede Kamer der Staten- Generaal 2020
1. Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat en volmacht van het diensthoofd ten aanzien van de tot de onder diens verantwoordelijkheid vallende organisatie- en dienstonderdelen, in ieder geval betrekking op het uitoefenen van integraal management, tenzij anders in dit besluit bepaald en met uitzondering van de bevoegdheden genoemd in de artikelen 3 en 4 en in het tweede lid van dit artikel. Het mandaat en de volmacht behelzen in ieder geval:
a. Mandaat tot het nemen van het besluit tot het aangaan van een dienst- verband als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met onder hen ressorterende medewerkers;
b. Mandaat tot het nemen van het besluit tot het indienen van een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met onder hen ressorterende medewerkers;
c. Mandaat tot het nemen van het besluit tot het indienen van een verzoek om toestemming aan het UWV om een arbeidsovereenkomst op te zeggen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met onder hen ressorterende medewerkers.
2. Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat en de volmacht van de leidinggevende, ten aanzien van zijn werkterrein en de onder hem ressorterende medewerkers en dienstonderdelen, in ieder geval betrekking op het uitoefenen van integraal management, tenzij anders in dit besluit bepaald.
a. Mandaat tot het nemen van het besluit tot het aangaan van een dienst- verband als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met onder hen ressorterende medewerkers;
b. Mandaat tot het nemen van het besluit tot het indienen van een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met onder hen ressorterende medewerkers;
c. Mandaat tot het nemen van het besluit tot het indienen van een verzoek om toestemming aan het UWV om een arbeidsovereenkomst op te zeggen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met onder hen ressorterende medewerkers.
2. Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat en de volmacht van de leidinggevende, ten aanzien van zijn werkterrein en de onder hem ressorterende medewerkers en dienstonderdelen, in ieder geval betrekking op het uitoefenen van integraal management, tenzij anders in dit besluit bepaald.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043025
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl