BWBR0043025
Geldig vanaf 01-01-2020
Artikel 4
M&V-besluit Ambtelijke organisatie Tweede Kamer der Staten- Generaal 2020
1. Aan het diensthoofd HR wordt volmacht en machtiging verleend tot:
a. het aangaan van arbeidsovereenkomsten met medewerkers namens de Staat der Nederlanden, na een daartoe strekkend besluit van de portefeuillehouder of diensthoofd met uitzondering van de arbeidsovereen-komst van de Griffier en de directeuren.
b. het voeren van verweer en het vertegenwoordigen van de ambtelijke organisatie tegen besluiten van uitvoeringsorganisaties;
c. het vertegenwoordigen van de ambtelijke organisatie en het voeren van verweer bij de geschillencommissie als bedoeld in de CAO Rijk;
d. het indienen van een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter, na een daartoe strekkend besluit van de portefeuillehouder of diensthoofd;
e. het verzoek van toestemming UWV om een arbeidsovereenkomst op te zeggen, na een daartoe strekkend besluit van de portefeuillehouder of diensthoofd;
f. het afhandelen en laten uitbetalen van een transitievergoeding;
g. het uitvoeren van de Wet schadeloosstelling leden van de Tweede Kamer;
h. het afhandelen van schadeclaims van bezoekers en ambtenaren.
2. Aan het diensthoofd FEZ wordt volmacht en machtiging verleend tot:
a. het uitvoeren van het begrotingsbeheer en het dragen van de verantwoordelijkheid voor het kasbeheer;
b. het toezicht houden op de begroting, het financieel beheer en de uitvoering hiervan en het coördineren van onderzoek naar doeltreffend-heid en doelmatigheid van het beleid en de bedrijfsvoering;
c. het uitvoeren van de Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer der Staten-Generaal;
d. het vaststellen van de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van de informatie die is vastgelegd in de administraties die met betrekking tot het begrotingsbeheer, het financieel beheer en de materiële bedrijfs-voering worden gevoerd;
e. het adviseren en ondersteunen van het Audit Committee;
f. het vaststellen van de betaallijsten van alle door de portefeuillehouders ter betaling aangeboden betaalstukken;
g. het afhandelen van alle door de portefeuillehouders ter betaling aangeboden betaalstukken.
a. het aangaan van arbeidsovereenkomsten met medewerkers namens de Staat der Nederlanden, na een daartoe strekkend besluit van de portefeuillehouder of diensthoofd met uitzondering van de arbeidsovereen-komst van de Griffier en de directeuren.
b. het voeren van verweer en het vertegenwoordigen van de ambtelijke organisatie tegen besluiten van uitvoeringsorganisaties;
c. het vertegenwoordigen van de ambtelijke organisatie en het voeren van verweer bij de geschillencommissie als bedoeld in de CAO Rijk;
d. het indienen van een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter, na een daartoe strekkend besluit van de portefeuillehouder of diensthoofd;
e. het verzoek van toestemming UWV om een arbeidsovereenkomst op te zeggen, na een daartoe strekkend besluit van de portefeuillehouder of diensthoofd;
f. het afhandelen en laten uitbetalen van een transitievergoeding;
g. het uitvoeren van de Wet schadeloosstelling leden van de Tweede Kamer;
h. het afhandelen van schadeclaims van bezoekers en ambtenaren.
2. Aan het diensthoofd FEZ wordt volmacht en machtiging verleend tot:
a. het uitvoeren van het begrotingsbeheer en het dragen van de verantwoordelijkheid voor het kasbeheer;
b. het toezicht houden op de begroting, het financieel beheer en de uitvoering hiervan en het coördineren van onderzoek naar doeltreffend-heid en doelmatigheid van het beleid en de bedrijfsvoering;
c. het uitvoeren van de Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer der Staten-Generaal;
d. het vaststellen van de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van de informatie die is vastgelegd in de administraties die met betrekking tot het begrotingsbeheer, het financieel beheer en de materiële bedrijfs-voering worden gevoerd;
e. het adviseren en ondersteunen van het Audit Committee;
f. het vaststellen van de betaallijsten van alle door de portefeuillehouders ter betaling aangeboden betaalstukken;
g. het afhandelen van alle door de portefeuillehouders ter betaling aangeboden betaalstukken.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043025
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl