BWBR0043001
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 31
Verkeersregeling Defensie
1. De bestuurder van een defensievoertuig is in het bezit van een op zijn naam gesteld geldig civiel of militair rijbewijs van de betreffende rijbewijscategorie.
2. Voor het besturen van een defensievoertuig dat specifiek militair operationeel wordt gebruikt, is een geldig militair rijbewijs van de desbetreffende rijbewijscategorie vereist, waarvan het model is opgenomen in bijlage 2.
3. Een bevoegdheid die is behaald na gevolgde verplichte (bij-)bijscholing, wordt geregistreerd in het personeelssysteem en, indien van toepassing, aangetekend op het overzicht bevoegdheden van het militair rijbewijs.
4. De bestuurder van een defensievoertuig toont op de eerste vordering van een opsporingsambtenaar of een militair van de Koninklijke Marechaussee, het in het eerste lid genoemde rijbewijs.
5. De houder van het rijbewijs draagt er zorg voor dat het rijbewijs behoorlijk leesbaar is en is voorzien van een pasfoto.
2. Voor het besturen van een defensievoertuig dat specifiek militair operationeel wordt gebruikt, is een geldig militair rijbewijs van de desbetreffende rijbewijscategorie vereist, waarvan het model is opgenomen in bijlage 2.
3. Een bevoegdheid die is behaald na gevolgde verplichte (bij-)bijscholing, wordt geregistreerd in het personeelssysteem en, indien van toepassing, aangetekend op het overzicht bevoegdheden van het militair rijbewijs.
4. De bestuurder van een defensievoertuig toont op de eerste vordering van een opsporingsambtenaar of een militair van de Koninklijke Marechaussee, het in het eerste lid genoemde rijbewijs.
5. De houder van het rijbewijs draagt er zorg voor dat het rijbewijs behoorlijk leesbaar is en is voorzien van een pasfoto.