BWBR0043001
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 29
Verkeersregeling Defensie
1. Een defensievoertuig waarmee rijonderricht wordt gegeven of het rijexamen wordt afgenomen:
a. is voorzien van een dubbele bediening, zijnde een inrichting die zo is aangebracht dat degene die rijonderricht geef tof het examen afneemt, daarmee de bedrijfsrem en, indien het een motorrijtuig met handschakeling betreft, de koppeling vanaf zijn zitplaats doeltreffend kan bedienen;
b. is voorzien van extra spiegels waarmee degene die rijonderricht geeft of het rijexamen afneemt, het achter en rechts naast hem gelegen weggedeelte kan overzien; en
c. voert gedurende dat rijonderricht zichtbaar aan de voorzijde en aan de achterzijde een fluorescerend oranje teken met daarop een zwarte letter ‘L’ of in zwarte letters het woord ‘LES’ of de op basis van artikel 8, onderdeel c, van het Reglement rijbewijzen vastgestelde aanduiding, aangebracht op de wijze als bij die regeling is voorgeschreven.
2. Wanneer met het lesvoertuig een aanhangwagen wordt voortbewogen, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt het teken aan de voorzijde van het defensievoertuig en aan de achterzijde van de aanhangwagen aangebracht.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, voert een defensievoertuig dat bestemd is voor het geven van onderricht in het besturen van een voorrangsvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, geen aanduiding.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op een defensievoertuig dat behoort tot rijbewijscategorie A. Een dergelijk voertuig voert bij rijonderricht of rijexamen aan de achterzijde een fluorescerend oranje teken met daarop een zwarte letter ‘L’.
5. De hoogte en de breedte van het teken ‘L’ zijn respectievelijk 170 millimeter en 120 millimeter.
6. De hoogte en de breedte van het teken ‘LES’ zijn respectievelijk 200 millimeter en 340 millimeter.
7. De hoogte, breedte en dikte van een letter zijn respectievelijk 101 millimeter, 52 millimeter en 16 millimeter.
8. De afmetingen als genoemd in het vijfde, zesde en zevende lid, kunnen enigszins afwijken, onder meer in verband met de oppervlakte die voor het plaatsen van de tekens beschikbaar is.
a. is voorzien van een dubbele bediening, zijnde een inrichting die zo is aangebracht dat degene die rijonderricht geef tof het examen afneemt, daarmee de bedrijfsrem en, indien het een motorrijtuig met handschakeling betreft, de koppeling vanaf zijn zitplaats doeltreffend kan bedienen;
b. is voorzien van extra spiegels waarmee degene die rijonderricht geeft of het rijexamen afneemt, het achter en rechts naast hem gelegen weggedeelte kan overzien; en
c. voert gedurende dat rijonderricht zichtbaar aan de voorzijde en aan de achterzijde een fluorescerend oranje teken met daarop een zwarte letter ‘L’ of in zwarte letters het woord ‘LES’ of de op basis van artikel 8, onderdeel c, van het Reglement rijbewijzen vastgestelde aanduiding, aangebracht op de wijze als bij die regeling is voorgeschreven.
2. Wanneer met het lesvoertuig een aanhangwagen wordt voortbewogen, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt het teken aan de voorzijde van het defensievoertuig en aan de achterzijde van de aanhangwagen aangebracht.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, voert een defensievoertuig dat bestemd is voor het geven van onderricht in het besturen van een voorrangsvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, geen aanduiding.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op een defensievoertuig dat behoort tot rijbewijscategorie A. Een dergelijk voertuig voert bij rijonderricht of rijexamen aan de achterzijde een fluorescerend oranje teken met daarop een zwarte letter ‘L’.
5. De hoogte en de breedte van het teken ‘L’ zijn respectievelijk 170 millimeter en 120 millimeter.
6. De hoogte en de breedte van het teken ‘LES’ zijn respectievelijk 200 millimeter en 340 millimeter.
7. De hoogte, breedte en dikte van een letter zijn respectievelijk 101 millimeter, 52 millimeter en 16 millimeter.
8. De afmetingen als genoemd in het vijfde, zesde en zevende lid, kunnen enigszins afwijken, onder meer in verband met de oppervlakte die voor het plaatsen van de tekens beschikbaar is.