BWBR0042974
Geldig vanaf 2021-11-24
Artikel 6
Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg
1. Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt uiterlijk 31 december van het betreffende jaar ontvangen.
2. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
3. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:
a. statuten;
b. een kopie van een bankafschrift;
c. een beschrijving van de ondernemingsstructuur, met toelichting over de zeggenschap;
d. de meest recente jaarrekening inclusief jaarverslag en controleverklaring, dan wel een concept jaarrekening, indien het jaar is afgerond en nog geen accountantsverklaring is afgegeven;
e. de begroting van het huidige kalenderjaar, een begroting van het komende kalenderjaar en een begroting van het daarop volgende kalenderjaar;
f. een liquiditeitsprognose per maand, voor de periode van dertig maanden na het indienen van de aanvraag, aansluitend bij de jaarrekening of concept jaarrekening, bedoeld onder d;
g. een overzicht van de omzetspreiding per jeugdhulpregio, op basis van de omzet van de jaarrekening of concept jaarrekening, bedoeld onder d;
h. een overzicht van het aantal jeugdigen per zorgvorm in het huidige en voorgaande kalenderjaar; en
i. een getekende uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, onder c.
4. De aanvraag gaat daarnaast vergezeld van een continuïteitsplan van de aanvrager, opgesteld in overleg met de betrokken gemeenten, waaruit blijkt:
a. dat sprake is van cruciale jeugdzorg als bedoeld in artikel 3, tweede lid, en een mogelijke discontinuïteit daarvan;
b. dat sprake is van een aantoonbaar liquiditeitsprobleem als bedoeld in artikel 3, derde lid;
c. wat de organisatie en de betrokken gemeenten tot nu toe reeds hebben ondernomen om discontinuïteit te voorkomen;
d. welke activiteiten de organisatie nu voorstelt om de continuïteit te borgen en wat de noodzakelijke kosten hiervan zijn;
e. dat en hoe de continuïteit van cruciale jeugdzorg gedurende en na afloop van de subsidieperiode ten minste voor twee jaar geborgd is;
f. wat de rol en bijdrage van de betrokken gemeenten is bij de activiteiten, bedoeld onder d;
g. welk subsidiebedrag gelet op de liquiditeitsprognose en de begroting noodzakelijk is om de continuïteit te borgen; en
h. dat en hoe de subsidie uiterlijk binnen twee jaar na het besluit tot subsidieverlening wordt terugbetaald.
2. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
3. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:
a. statuten;
b. een kopie van een bankafschrift;
c. een beschrijving van de ondernemingsstructuur, met toelichting over de zeggenschap;
d. de meest recente jaarrekening inclusief jaarverslag en controleverklaring, dan wel een concept jaarrekening, indien het jaar is afgerond en nog geen accountantsverklaring is afgegeven;
e. de begroting van het huidige kalenderjaar, een begroting van het komende kalenderjaar en een begroting van het daarop volgende kalenderjaar;
f. een liquiditeitsprognose per maand, voor de periode van dertig maanden na het indienen van de aanvraag, aansluitend bij de jaarrekening of concept jaarrekening, bedoeld onder d;
g. een overzicht van de omzetspreiding per jeugdhulpregio, op basis van de omzet van de jaarrekening of concept jaarrekening, bedoeld onder d;
h. een overzicht van het aantal jeugdigen per zorgvorm in het huidige en voorgaande kalenderjaar; en
i. een getekende uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, onder c.
4. De aanvraag gaat daarnaast vergezeld van een continuïteitsplan van de aanvrager, opgesteld in overleg met de betrokken gemeenten, waaruit blijkt:
a. dat sprake is van cruciale jeugdzorg als bedoeld in artikel 3, tweede lid, en een mogelijke discontinuïteit daarvan;
b. dat sprake is van een aantoonbaar liquiditeitsprobleem als bedoeld in artikel 3, derde lid;
c. wat de organisatie en de betrokken gemeenten tot nu toe reeds hebben ondernomen om discontinuïteit te voorkomen;
d. welke activiteiten de organisatie nu voorstelt om de continuïteit te borgen en wat de noodzakelijke kosten hiervan zijn;
e. dat en hoe de continuïteit van cruciale jeugdzorg gedurende en na afloop van de subsidieperiode ten minste voor twee jaar geborgd is;
f. wat de rol en bijdrage van de betrokken gemeenten is bij de activiteiten, bedoeld onder d;
g. welk subsidiebedrag gelet op de liquiditeitsprognose en de begroting noodzakelijk is om de continuïteit te borgen; en
h. dat en hoe de subsidie uiterlijk binnen twee jaar na het besluit tot subsidieverlening wordt terugbetaald.