BWBR0042768
Geldig vanaf 2019-11-15
Artikel 10
Volmachtregeling personele aangelegenheden VWS 2019
1. De Secretaris-Generaal kan aan andere functionarissen dan de op grond van de hoofdstukken 2, 3en 4gevolmachtigde functionarissen ondervolmacht verlenen.
2. De hoofden van dienst van dienstonderdelen van het kernministerie en secretariaten van raden en commissies zijn voor het verrichten van bepaalde rechtshandelingen bevoegd ondervolmacht te verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen. Elke ondervolmacht wordt schriftelijk verleend en behoeft goedkeuring van de plaatsvervangend Secretaris-Generaal.
3. De hoofden van dienst van diensten en instellingen zijn bevoegd voor het verrichten van bepaalde rechtshandelingen ondervolmacht te verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.
4. Ondervolmachten als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden schriftelijk verleend.
5. Ondervolmachten als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden niet verleend tot:
– het overeenkomen van een wekelijkse arbeidsduur van meer dan 36 uur;
– het nemen van ordemaatregelen en straffen, zoals genoemd in de CAO Rijk;
– ontslag, anders dan op initiatief van de medewerker zelf;
– het sluiten en voortzetten van arbeidsovereenkomsten na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd van onder hen ressorterende ambtenaren;
– het overeenkomen van individuele Regelingen voor Vervroegde Uittreding.
6. De plaatsvervangend Secretaris-Generaal is bevoegd om in het kader van P-Direkt schriftelijk ondervolmacht te verlenen aan andere functionarissen dan de in de artikelen 3, 4, 5en 6vermelde functionarissen.
7. De directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel is bevoegd ter zake van de op grond van artikel 6aan hem verleende volmacht ondervolmacht te verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
8. Op ondervolmachten zijn de bepalingen van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
2. De hoofden van dienst van dienstonderdelen van het kernministerie en secretariaten van raden en commissies zijn voor het verrichten van bepaalde rechtshandelingen bevoegd ondervolmacht te verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen. Elke ondervolmacht wordt schriftelijk verleend en behoeft goedkeuring van de plaatsvervangend Secretaris-Generaal.
3. De hoofden van dienst van diensten en instellingen zijn bevoegd voor het verrichten van bepaalde rechtshandelingen ondervolmacht te verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.
4. Ondervolmachten als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden schriftelijk verleend.
5. Ondervolmachten als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden niet verleend tot:
– het overeenkomen van een wekelijkse arbeidsduur van meer dan 36 uur;
– het nemen van ordemaatregelen en straffen, zoals genoemd in de CAO Rijk;
– ontslag, anders dan op initiatief van de medewerker zelf;
– het sluiten en voortzetten van arbeidsovereenkomsten na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd van onder hen ressorterende ambtenaren;
– het overeenkomen van individuele Regelingen voor Vervroegde Uittreding.
6. De plaatsvervangend Secretaris-Generaal is bevoegd om in het kader van P-Direkt schriftelijk ondervolmacht te verlenen aan andere functionarissen dan de in de artikelen 3, 4, 5en 6vermelde functionarissen.
7. De directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel is bevoegd ter zake van de op grond van artikel 6aan hem verleende volmacht ondervolmacht te verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
8. Op ondervolmachten zijn de bepalingen van deze regeling van overeenkomstige toepassing.