BWBR0042731
Geldig vanaf 2020-10-12
Artikel 9
Subsidieregeling kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg 2020 – 2024
1. Het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag voor de universitair medische centra wordt op dezelfde wijze verdeeld als bedoeld in artikel 8, eerste tot en met vierde lid.
2. In afwijking van artikel 8, eerste lid, wordt voor de universitair medische centra verstaan onder:
A: de personeelskosten van het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt, van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar;
B: de som van de personeelskosten van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar van alle organisatorische verbanden ten behoeve waarvan subsidie wordt verstrekt.
3. In afwijking van artikel 8, derde lid, wordt voor de universitair medische centra verstaan onder:
A: de personeelskosten van het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt, van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar;
E: de som van de personeelskosten van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar van alle organisatorische verbanden die vallen onder de instellingen waarvan het aangevraagde bedrag hoger is dan de uitkomst van de formule zoals vermeld in artikel 8, eerste lid.
4. De personeelskosten, bedoeld in het tweede lid onder A, en het derde lid, onder A, bestaan uit de som van de volgende onderdelen van de bedrijfslasten van het desbetreffende organisatorisch verband in het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar:
1° lonen en salarissen;
2° sociale lasten;
3° pensioenpremies;
4° andere personeelskosten.
2. In afwijking van artikel 8, eerste lid, wordt voor de universitair medische centra verstaan onder:
A: de personeelskosten van het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt, van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar;
B: de som van de personeelskosten van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar van alle organisatorische verbanden ten behoeve waarvan subsidie wordt verstrekt.
3. In afwijking van artikel 8, derde lid, wordt voor de universitair medische centra verstaan onder:
A: de personeelskosten van het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt, van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar;
E: de som van de personeelskosten van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar van alle organisatorische verbanden die vallen onder de instellingen waarvan het aangevraagde bedrag hoger is dan de uitkomst van de formule zoals vermeld in artikel 8, eerste lid.
4. De personeelskosten, bedoeld in het tweede lid onder A, en het derde lid, onder A, bestaan uit de som van de volgende onderdelen van de bedrijfslasten van het desbetreffende organisatorisch verband in het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar:
1° lonen en salarissen;
2° sociale lasten;
3° pensioenpremies;
4° andere personeelskosten.