BWBR0042712
Geldig vanaf 2020-09-18
Artikel 17
Regeling risicoverevening 2020
1. De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 7, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.
2. Het Zorginstituut berekent de opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door per verzekerde van achttien jaar en ouder, met uitzondering van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet, de opbrengst van het verplicht eigen risico te bepalen en vervolgens de opbrengsten per zorgverzekeraar te sommeren.
3. Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de opbrengst per verzekerde, bedoeld in het tweede lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van de gerealiseerde verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio en MHK en van de in bijlage 6genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 6 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.
4. De opbrengst per verzekerde, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 359,91 voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarop het derde lid, niet van toepassing is.
2. Het Zorginstituut berekent de opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door per verzekerde van achttien jaar en ouder, met uitzondering van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet, de opbrengst van het verplicht eigen risico te bepalen en vervolgens de opbrengsten per zorgverzekeraar te sommeren.
3. Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de opbrengst per verzekerde, bedoeld in het tweede lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van de gerealiseerde verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio en MHK en van de in bijlage 6genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 6 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.
4. De opbrengst per verzekerde, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 359,91 voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarop het derde lid, niet van toepassing is.