BWBR0042712
Geldig vanaf 2020-09-18
Artikel 15
Regeling risicoverevening 2020
1. Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, per instelling voor medisch-specialistisch zorg voor 100 procent minus het door hem op basis van artikel 14, eerste lid, vastgestelde percentage, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
2. Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
3. Het Zorginstituut merkt de kosten van geneesmiddelen die in het vereveningsjaar of de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren zijn opgehouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
4. Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met derde lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering.
2. Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
3. Het Zorginstituut merkt de kosten van geneesmiddelen die in het vereveningsjaar of de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren zijn opgehouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
4. Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met derde lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering.