BWBR0042645
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 6
Besluit opleidingseisen orthopedagoog-generalist
1. Tot de opleiding tot orthopedagoog-generalist wordt slechts toegelaten diegene die in het bezit is van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij een doctoraalexamen of een masteropleiding pedagogische wetenschappen, psychologie of gezondheidswetenschappen aan een instelling voor wetenschappelijk onderwijs met goed gevolg heeft afgerond.
2. Voor zover opleidingsonderdelen als bedoeld in het derde lid geen deel uitmaakten van de opleiding die recht geeft op een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid, is voor de toelating tot de opleiding tot orthopedagoog-generalist vereist het bezit van een bewijsstuk waaruit blijkt dat voor die onderdelen met goed gevolg een proeve van bekwaamheid op het niveau van een masteropleiding van een instelling voor wetenschappelijk onderwijs is afgelegd.
3. De opleidingsonderdelen, bedoeld in het tweede lid zijn:
a. klinische vaardigheden op het terrein van de psychologie of pedagogiek; en
b. een klinische stage van ten minste 520 uur op het terrein van de psychologie of pedagogiek, ten aanzien van een categorie van personen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a of b.
2. Voor zover opleidingsonderdelen als bedoeld in het derde lid geen deel uitmaakten van de opleiding die recht geeft op een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid, is voor de toelating tot de opleiding tot orthopedagoog-generalist vereist het bezit van een bewijsstuk waaruit blijkt dat voor die onderdelen met goed gevolg een proeve van bekwaamheid op het niveau van een masteropleiding van een instelling voor wetenschappelijk onderwijs is afgelegd.
3. De opleidingsonderdelen, bedoeld in het tweede lid zijn:
a. klinische vaardigheden op het terrein van de psychologie of pedagogiek; en
b. een klinische stage van ten minste 520 uur op het terrein van de psychologie of pedagogiek, ten aanzien van een categorie van personen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a of b.